Advocaat-Generaal Wathelet heeft in zijn conclusie van 11 april 2013 (C‑576/10) geoordeeld dat de publiek-private samenwerking inzake Doornakkers geen aanbestedingsplichtige concessieovereenkomst inhoudt.

De zaak betreft een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Eindhoven en ontwikkelaar Hurks voor de herontwikkeling van de wijk Doornakkers. De overeenkomst omvatte de verkoop van gronden en afspraken over de realisatie van een zorgcentrum, winkels en woningen. De Europese Commissie heeft Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) gedaagd, omdat zij meent dat de samenwerkingsovereenkomst niet zonder Europese aanbesteding gesloten mocht worden. Volgens de Commissie kwalificeert de overeenkomst als concessieovereenkomst voor openbare werken, waarbij aan Hurks exploitatierechten worden verleend als tegenprestatie voor de realisatie van de gebouwen.

Opmerkelijk is dat de A-G primair concludeert tot afwijzing van het beroep omdat richtlijn 2004/18/EG, waar de Commissie haar klachten op baseert, niet van toepassing zou zijn ten tijde van de selectie van Hurks.

Subsidiair komt de A-G tot het oordeel dat de samenwerkingsovereenkomst op meerdere onderdelen voldoet aan de kwalificatie van een concessieovereenkomst voor openbare werken. Zo meent de A-G dat de gemeente, hoewel zij geen eigenaar wordt van de gebouwen, bij de realisatie een rechtstreeks economisch belang heeft (onder verwijzing naar het arrest Helmut Muller, (C-451/08). De transactie levert de gemeente namelijk financieel voordeel op, omdat Hurks betaalt voor voorzieningen die de gemeente anders zelfs zou realiseren. Daarnaast brengen de gebouwen economische activiteiten met zich die de gemeente inkomsten kunnen bezorgen.
Toch meent de A-G dat geen sprake is van een concessieovereenkomst. Volgens de A-G volgen de exploitatierechten namelijk niet uit een concessie, maar uit het eigendomsrecht van de gronden die Hurks heeft verworven.
De A-G concludeert dan ook subsidiair tot afwijzing van het beroep. De A-G merkt hierbij nog op dat deze conclusie kan leiden tot risico's op omzeiling van de aanbestedingsregelgeving. Het arrest van het Hof van Justitie valt dan ook met belangstelling tegemoet te zien.