In januari van dit jaar heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) in alle stilte haar interne boetebeleid voor de Wwft gepubliceerd. Uit eerdere gepubliceerde uitspraken bleek al wel dat het BFT een boetebeleid hanteert waarbij voor de hoogte van de boetes onder andere wordt aan-gesloten bij de omzet van de betrokken Wwft-instelling. Hoe het BFT tot bepaalde percentages van die omzet komt, was tot nu toe echter onbekend.

Het nu gepubliceerde beleid is, blijkens de website van het BFT, al in juni 2016 als intern beleid ontwikkeld. Het geeft invulling aan de bevoegdheid van het BFT om boetes op te leggen en op basis hiervan de boetebedragen die in de Wwft worden genoemd te matigen. Het beleid onderscheidt vijf boetecategorieën waarbij steeds wordt aangesloten bij een percentage van de omzet of het vermogen van de betrokken Wwft-instelling (/Wwft professional):

Categorie

% van de omzet

% van het vermogen

Categorie   1

1%

2%

Categorie   2

2%

4%

Categorie   3

3%

6%

Categorie   4

4%

8%

Categorie   5

5%

10%

In beginsel is het percentage van de omzet richtinggevend. Kan de beboete partij de (voorgenomen) boete niet dragen, dan wordt aangesloten bij het percentage van het vermogen.

Voor wat betreft de categorieën wordt gekeken naar de mate van ernst, duur en verwijtbaarheid van de overtreding. Hierbij maakt het BFT onderscheid tussen een overtreding van de plicht om ongebrui-kelijke transacties te melden en de verplichtingen omtrent het cliëntenonderzoek (CDD).

Factoren die de categorie bepalen bij een overtreding van de meldplicht zijn:

  • hoe risicovol de transactie was
  • de mate waarin men aanleiding had om te melden
  • of de instelling wel een serieuze Wwft-afweging heeft gemaakt
  • het totaal bedrag van de transactie(s), bijv. onder de EUR 15.000 (1e categorie), boven de EUR 100.000 (3e cat.) of boven de EUR 500.000 (4e cat.)
  • het aantal niet gemelde ongebruikelijke transacties
  • een combinatie van bovengenoemde factoren

Past de overtreding qua ernst en verwijtbaarheid in verschillende categorieën, dan wordt uitgegaan van een gemiddelde. Is sprake van meerdere overtredingen, dan wordt uitgegaan van de categorie van de zwaarste overtreding. Dat sprake is van meerdere overtredingen kan op zichzelf ook reden tot verhoging zijn.

Factoren die de categorie bepalen bij een overtreding van verplichtingen omtrent het CDD zijn:

  • de mate van ernst en verwijtbaarheid van de overtreding 
  • het percentage van dossiers waarin een overtreding is geconstateerd, bij 30-50% (1e catego-rie), meer dan 50% (2e categorie) of bij meer dan 50%  in combinatie met een andere factor
  • het aantal overtredingen
  • een combinatie van bovengenoemde factoren

Voor de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding van de CDD verplichtingen onderscheidt het BFT een viertal overtredingen: licht (bijv. ongestructureerde vastlegging), gemiddeld (bijv. geen verificatie ID cliënt), ernstig (bijv. onbekende UBO), en zeer ernstig (bijv. herkomst gelden is niet onderzocht of er is ten onrechte geen verscherpt CDD uitgevoerd).   Bij een samenloop van een overtreding van de meldplicht en de CDD verplichtingen, sluit het BFT aan bij de factoren voor overtreding van de meldplicht. Het overtreden van de CDD verplichtingen geldt dan als een 'categorie verhogende' factor.

Hoewel het beleid het begaan van meerdere overtredingen slechts lijkt te noemen als strafverzwa-rende omstandigheid, moet niet vergeten worden dat in beginsel iedere overtreding (zowel van de meldplicht als de CDD verplichtingen) een apart feit oplevert, dat in beginsel ook apart kan worden bestraft.

Hebt u vragen over naleving van de Wwft of bent u geconfronteerd met een boete wegens een ver-meende overtreding van de Wwft? Neem dan contact met ons.