In afwachting van de grondige herevaluatie van het Onroerenderfgoeddecreet werd een decreetsvoorstel gelanceerd met het oog op enkele kleine reparaties van het archeologieluik.

Enkele kleinere reparaties in afwachting van een grondige herevaluatie... 

Het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed (hierna: het “Onroerenderfgoeddecreet”) is ondertussen al ruime tijd van kracht. Ondertussen kwamen ook enkele kinderziektes van het decreet boven water. Een herevaluatie en reparatie dringen zich dan op.

De Vlaamse regering kondigde in haar beleidsnota onroerend erfgoed 2014-2019 reeds de herevaluatie van de werking van het Onroerenderfgoeddecreet aan. Deze zal plaatsvinden middels een “permanente monitoring”. Ook het archeologieluik zou meteen vanaf haar inwerkingtreding worden gemonitord en geherevalueerd.

Toch bleek dat een snellere reparatie vereist was om reeds aan enkele pijnpunten inzake de beruchte archeologienota tegemoet te komen. Op 12 mei 2017 werd hiertoe een voorstel van decreet bij het Vlaamse Parlement ingediend “houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat het archeologisch onderzoek bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem betreft”.

Het voorstel van decreet verduidelijkt dat deze decreetswijzigingen geen afbreuk doen aan de algemene principes van het archeologieluik in het Onroerenderfgoeddecreet (zoals de oppervlaktecriteria of het gegeven dat een voorafgaande goedgekeurde archeologienota vereist is). Deze zullen in elk geval nog aan de hogervermelde grondige herevaluatie onderworpen worden.

Over welke (voorstel van) wijzigingen gaat het?

Het decreetsvoorstel bevat voornamelijk enkele wijzigingen met betrekking tot de archeologienota. Daarnaast bevat het ook een wijziging inzake de erkenning van de archeologen. Verder wordt ook het Omgevingsvergunningsdecreet beperkt aangepast zodat deze beter aansluit op de beoogde wijzigingen aan het archeologieluik.

Wij lijsten hierna enkele van deze wijzigingen inzake de archeologienota voor u op.

  • De vergunningsaanvraag en de procedure voor de bekrachtiging van de archeologienota kunnen parallel worden doorlopen

Het decreetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om meteen de vergunningsaanvraag in te dienen zodra het verzoek om bekrachtiging van de archeologienota aan de administratie is verstuurd. De bekrachtiging van de archeologienota zal dus niet langer moeten worden afgewacht vooraleer een vergunningsaanvraag kan worden ingediend. Indien de archeologienota uiteindelijk niet wordt bekrachtigd, zal het vergunningverlenend bestuur de aanvraag moeten weigeren.

Deze wijziging beoogt een tijdswinst van 21 dagen voor de aanvrager te bewerkstelligen.

  • De lijst van vrijstellingen voor het opstellen van de archeologienota wordt verduidelijkt en aangepast

Het voorstel van decreet verduidelijkt dat voor het louter verbouwen of herbouwen van een bestaande constructie, zonder bijkomende ingreep in de bodem of voor de regularisatie van vergunningsplichtige projecten waarbij alle ingrepen in de bodem al zijn uitgevoerd geen archeologienota hoeft worden opgesteld. Het betreft slechts een verduidelijking en geen wijziging. Dit is om elke discussie hierover te kortsluiten.

Voorts wordt er een vrijstelling voorzien voor enkele werkzaamheden buiten het gabarit van de bestaande lijninfrastructuur (vooralsnog zijn slechts werken binnen het gabarit vrijgesteld). Het voorstel van decreet verduidelijkt dat, om geen ongewenste effecten en verstoring van het bodemarchief te creëren, de oppervlakte van de ingreep in de bodem buiten het bestaande gabarit beperkt moeten blijven tot 100 m² binnen een vastgestelde archeologische zone en 1000 m² buiten een vastgestelde archeologische zone of een voorlopig of definitief beschermde archeologische site.

  • Het gebruik van eerder bekrachtigde archeologienota bij een nieuwe vergunningsaanvraag.

Het voorstel van decreet voorziet dat een vergunningsaanvrager een reeds bekrachtigde archeologienota kan hergebruiken, voor zover de nota betrekking heeft op dezelfde percelen als de nieuwe vergunningsaanvraag en voor zover er geen bijkomende ingreep in de bodem plaatsvindt.

Als er in de archeologienota een archeologische opgraving werd opgelegd, moet deze zijn uitgevoerd en moet daarover een archeologierapport aan het agentschap zijn bezorgd.

  • Verduidelijking van de vereiste van een archeologienota voor verkavelingen

De formulering binnen de huidige regelgeving heeft tot gevolg dat voor een verkavelingsaanvraag voor een perceel dat gedeeltelijk binnen woongebied ligt, maar ook deels binnen agrarisch gebied, voor de volledige oppervlakte een archeologienota moet worden opgesteld, hoewel het agrarisch gebied niet bebouwbaar is en de grond dus niet in alle gevallen verstoord zal worden.

Er wordt daarom verduidelijkt dat er enkel rekening mag worden gehouden met de “oppervlakte van de terreinen waarop werkzaamheden uitgevoerd worden met het oog op het bouwrijp maken van de verkaveling en met de oppervlakte van de kavels die verkocht en verhuurd zullen worden voor meer dan negen jaar, waarop een recht van erfpacht of opstal gevestigd zal worden of waarvoor een van die overdrachtsvormen aangeboden zal worden, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies".

Tot slot stelt het wijzigingsdecreet voor dat er geen archeologienota moet worden opgesteld voor het louter bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.

Volgende stappen? 

Deze wijzigingen zullen morgen nog niet van kracht zijn. Het voorstel van decreet moet nog in het Parlement worden gestemd, waarna het in voorkomend geval bekrachtigd en afgekondigd zal worden door de Vlaamse Regering, gevolgd door een publicatie in het Belgisch Staatsblad.