Op 10 juli 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ EU”) geoordeeld dat de winkelinrichting van Apple onder bepaalde voorwaarden kan worden ingeschreven als merk.

Apple had het merk in de VS ingeschreven en probeerde vervolgens ook bescherming in andere landen te verkrijgen. Het Duitse octrooi- en merkenbureau (DPMA) weigerde het merk en Apple ging in beroep bij het Duitse Bundespatentgericht die prejudiciële vragen aan het HvJEU stelde. Het Duitse Bundespatentgericht heeft het HvJ EU gevraagd of de artikelen 2 (tekens die een merk kunnen vormen) en 3 (gronden voor nietigheid of weigering) van de Merkenrichtlijn aldus moeten worden uitgelegd dat de voorstelling van de inrichting van een verkoopruimte door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen kan worden ingeschreven als merk voor diensten die bestaan uit verschillende verrichtingen om de consument tot aankoop van de waren van de merkaanvrager te overhalen en of, zo ja, een dergelijke „presentatie die een dienst belichaamt” kan worden gelijkgesteld met een „verpakking”.

Het HvJ EU herhaalt allereerst de drie voorwaarden voor een teken om een merk te kunnen zijn:

  1. Het moet gaan om een teken
  2. Welke vatbaar is voor grafische voorstelling
  3. Geschikt om waren en diensten van een onderneming te onderscheiden van die van andere ondernemingen.

Vervolgens overweegt het HvJEU dat de voorstelling van de inrichting van een verkoopruimte voor waren door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen kan worden ingeschreven als merk voor diensten die bestaan in verrichtingen betreffende deze waren maar niet integrerend deel uitmaken van de verkoop van deze waren, mits zij geschikt is om de diensten van de merkaanvrager te onderscheiden van die van andere ondernemingen en mits geen van de in de Merkenrichtlijn genoemde weigeringsgronden zich daartegen verzet.

Kort en goed: de winkelinrichting kan een merk vormen, mits aan de hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan. De bevoegde nationale instantie moet vervolgens onderzoeken of hier door Apple aan wordt voldaan. Of Apple dus in Duitsland een merkenrecht verkrijgt op de winkelinrichting moet worden afgewacht.

Deze uitspraak betekent goed nieuws voor de retailmarkt, en is het bijzonder relevant in het geval van franchising. Er dient echter wel rekening mee te worden gehouden dat er sprake moet zijn van onderscheidend vermogen (3e voorwaarde). Dat kan het geval zijn wanneer de afgebeelde inrichting significant verschilt van wat de regel of de gewoonte in de betrokken economische sector is, maar dit is wellicht niet voor alle ondernemingen zo gemakkelijk. De verwachting is dan ook dat veel ondernemingen inburgering van de winkelinrichting als merk zullen moeten aantonen (bijvoorbeeld door gebruik te maken van marktonderzoeken) om het merk ingeschreven te krijgen.