De drone-regels worden gewijzigd om het makkelijker te maken drones te testen op zogenoemde 'drone-testlocaties'. Tot 24 oktober 2017 staan de voorgenomen wijzigingen open voor consultatie.

De technische ontwikkeling van drones voltrekt zich in rap tempo. Omdat drones ook gevaren met zich meebrengen, is het vliegen hiermee aan vele regels gebonden. Zo mogen particulieren in veel stedelijke gebieden niet vliegen, en nooit hoger dan 120 meter. Voor zakelijk gebruik van drones is onder meer het RPAS Operator Certificate (de "ROC") en een vliegbrevet vereist. Zie voor de regels rondom drones ook dit filmpje.

Ingegeven door de snelle technologische ontwikkeling van drones, heeft Nederland op het moment al enkele testlocaties. Deze testlocaties zijn wettelijk mogelijk gemaakt door middel van het verlenen van ontheffingen die eigenlijk slechts, zo stelt de wetgever, voor uitzonderingssituaties zijn bedoeld. Om die reden heeft de wetgever besloten gebruik te maken van artikel 1.2, tweede lid van de Wet luchtvaart. Op basis van dit artikel kan bij algemene maatregel van bestuur voor bepaalde situaties worden bepaald dat delen van de Wet luchtvaart niet van toepassing zijn. Het aanwijzen van testlocaties krijgt hiermee een wettelijke basis, en is niet langer een uitzondering.

Praktisch gezien behelst het voorstel op grote lijnen het volgende. Voortaan vraagt de exploitant van een drone-testlocatie bij de Inspectie Leefbaarheid en Transport (ILT) een veiligheidscertificaat voor de drone-testlocatie aan. Partijen die op die gecertificeerde locatie drones willen testen, hebben vervolgens geen ROC-vergunning, vliegbrevet, bewijs van luchtwaardigheid en bewijs van inschrijving meer nodig. Drone-ontwikkelaars kunnen op deze manier drones testen die nog niet luchtwaardig bevonden zijn, om daarmee bijvoorbeeld nieuwe toepassingen te testen.

Deze wetswijzigingen vinden plaats in het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, Besluit burgerluchthavens, Besluit luchtvaartuigen 2008 en Besluit vluchtuitvoering. Partijen die met drones werken, of partijen die op enigerlei andere wijze geïnteresseerd zijn in deze wijzigingen en ontwikkelingen, kunnen reageren.