Vorige week opende de Europese Commissie een diepgaand onderzoek naar vermeende belastingvoordelen die Starbucks zou ontvangen in Nederland. Doel van dit onderzoek is na te gaan of Starbucks door te profiteren van een ‘gunstig belastingregime’ staatssteun ontvangt van de Nederlandse Staat. Als het onderzoek uitwijst dat Starbucks inderdaad staatssteun ontvangt die niet is vrijgesteld, dan rust op de Nederlandse Staat de verplichting om het voordeel dat Starbucks onterecht heeft gekregen terug te vorderen. Deze zaak illustreert de potentieel vergaande consequenties van de toekenning van staatssteun aan private ondernemingen. Een andere potentieel verstrekkende consequentie van het verlenen van staatssteun is dat de aan de toekenning van onrechtmatige staatssteun ten grondslag liggende rechtshandeling nietig kan worden verklaard.

De regels omtrent staatssteun zijn terug te voeren op de gedachte dat in een vrije markteconomie ondernemingen op eigen kracht met elkaar moeten concurreren. Binnen een systeem van vrije markteconomie past het niet dat overheden bepaalde bedrijven voordelen geven waarmee zij een voorsprong krijgen ten opzichte van andere ondernemingen. Voor steun die een effect kan hebben op het handelsverkeer binnen de Europese Unie geldt het Europees verbod op staatssteun (vastgelegd in artikel 107 VWEU). Waar het gaat om concurrentie door Nederlandse overheidsbedrijven geldt de Wet Markt & Overheid. Hiervoorverstrijkt overigens ook per 1 juli a.s. het overgangsregime.

Van staatssteun is sprake als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De steun is door de overheid verleend of met overheidsmiddelen bekostigd;
  • De steun verschaft een economisch voordeel aan de onderneming(en) die zij niet langs de   normale commerciële weg zou(den) hebben verkregen;
  • Het voordeel is selectief, wat inhoudt dat het ten goede komt aan bepaalde onderneming(en);
  • Het voordeel moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en een (potentiële) invloed hebben op het handelsverkeer tussen lidstaten van de EU.

Bij de beoordeling of steun leidt tot een economisch voordeel is de Market Economy Investor Test relevant. Die test komt erop neer dat als de Staat voordelen toekent die niet marktconform zijn, (bijvoorbeeld een lening tegen een rente die veel lager is dan wat een bank zou rekenen) sprake is van staatssteun. Als de voorwaarden van de steun wel marktconform zijn, dan is er geen sprake van staatssteun.

Procedure

Lidstaten dienen staatssteun in beginsel aan te melden bij de Commissie op grond van artikel 108 VWEU. De Commissie onderzoekt vervolgens of de staatssteun verenigbaar is met "de interne markt". Pas nadat de Commissie de steunmaatregel heeft goedgekeurd mag deze worden uitgevoerd (zogeheten "standstill-verplichting").

Het onderzoek of aangemelde staatssteun verenigbaar is met de interne markt kost doorgaans veel tijd en energie. Om te voorkomen dat de Europese Commissie zich over iedere vorm van steun moet gaan buigen, bestaan er vrijstellingen van de aanmeldingsplicht. Onlangs heeft de Commissie een nieuwe Algemene Groepsvrijstelling vastgesteld. De Algemene Groepsvrijstelling is het uitvloeisel van een eerder ingezet moderniseringspakket voor staatssteun maatregelen (State Aid Modernisation ("SAM")). De Algemene Groepsvrijstelling die op 1 juli a.s. in werking treedt voorziet in een relatief ruime categorie van staatssteunvormen die niet aangemeld dienen te worden bij de Europese Commissie. De verwachting is dat onder de Algemene Groepsvrijstelling ongeveer 75% van de steunmaatregelen niet behoeft te worden aangemeld. De Algemene Groepsvrijstelling maakt het dus makkelijker voor overheden om steun te verlenen zonder deze aan te melden.

Voorwaarden Algemene Groepsvrijstelling

De Algemene Groepsvrijstelling ziet op een groot aantal vormen van staatssteun. Het betreft onder andere regionale steun, investeringssteun aan het MKB, steun voor de aanleg van breedbandnetwerken, de bescherming van het milieu en voor werknemers met een achterstand op de arbeidsmarkt. Voor elk van deze vormen van steun bevat de Algemene Groepsvrijstelling een specifieke set van voorwaarden die moeten worden vervuld om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Zo is voor elke vorm van steun een maximumbedrag opgenomen. Deze bedragen kunnen variëren van € 2 miljoen voor consultancysteun aan kleine en middelgrote ondernemingen tot € 100 miljoen voor regionale investeringssteun. Andere voorwaarden voor vrijstelling zijn onder meer dat de steun transparant moet zijn (bijvoorbeeld in de vorm van een garantie of lening) en dat vanuit de steun een stimulerend effect moet uitgaan.

Praktische consequenties

Staatssteun die niet voldoet aan de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstelling is niet per definitie verboden. Zo verklaarde de Europese Commissie eerder deze maand staatssteun aan de Luchthaven Eeldeverenigbaar met de interne markt. Wel dient staatssteun die niet is vrijgesteld te worden aangemeld bij de Europese Commissie en te worden onderzocht op verenigbaarheid met de interne markt. Om deze – doorgaans tijdrovende en kostbare – administratieve gang te vermijden loont het veelal de steunmaatregelen zodanig in te richten dat zij voldoen aan de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstelling.