De Hoge Raad heeft duidelijkheid gegeven, wat zijn de praktische consequenties?

Oordeel van de Hoge Raad

Kort gezegd heeft De Hoge Raad op 5 oktober 2018 bepaald dat een werknemer met een IVA-uitkering die kort voor zijn pensionering wordt ontslagen op grond van langdurige ziekte aanspraak heeft op de gehele transitievergoeding.

Situatie tot 1 juli 2015

Voor de invoering van de WWZ golden de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters. Hierin was een pensioenplafond opgenomen. Een werknemer kreeg bij ontslag vlak voor de pensioengerechtigde leeftijd een ontslagvergoeding tot maximaal de verwachte inkomstenderving tot aan de pensioendatum.

De feiten

Werknemer is sinds 1978 docent bij een school. Werknemer wordt in 2011 ziek en ontvangt na twee jaar ziekte een gedeeltelijke WGA-uitkering. Voor het overige deel van de arbeidsduur wordt hij herplaatst in zijn eigen functie. In 2014 wordt de werknemer weer ziek. Vanaf dat moment ontvangt hij een IVA-uitkering. De school vraagt een ontslagvergunning aan bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en zegt de arbeidsovereenkomst op per 23 augustus 2016. Op 30 april 2018 heeft de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Werknemer verzoekt om toekenning van de transitievergoeding ad € 73.541,42 bruto. De kantonrechter kent een sterk gematigde transitievergoeding toe ter hoogte van € 25.000,00 bruto, vanwege het feit dat werknemer kort na ontslag AOW ontving en het dan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om de volledige transitievergoeding te krijgen. De werknemer is in hoger beroep gegaan. Het hof heeft de werknemer in het gelijk gesteld en heeft de volledige transitievergoeding aan de werknemer toegekend. In de wet noch in de wetsgeschiedenis worden ziekte, een IVA-uitkering of aanstaande pensionering als reden(en) aangegeven om geen of een lagere transitievergoeding te betalen.

Motivering van de Hoge Raad

De regeling van de transitievergoeding in artikel 7:673 BW is dwingendrechtelijk van aard. Bovendien zijn de voorwaarden om recht te hebben op een transitievergoeding en de regels voor de berekening van de hoogte ervan nauwkeurig in de wet omschreven. Daarnaast is een aantal uitzonderingen op de regels in de wet opgenomen. Daarin is geen uitzondering opgenomen voor situaties zoals die in deze zaak aan de orde zijn (het hebben van een uitkering en het binnenkort met pensioen gaan). Ook werknemers die twee jaar ziek zijn geweest hebben recht op een transitievergoeding.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt bovendien dat de wetgever zich bij het opstellen van de wet ook heeft gebogen over de situatie waarin een dienstverband eindigt kort voordat de werknemer zijn pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, waardoor de transitievergoeding hoger kan uitvallen dan het bedrag aan loon waarop de werknemer nog aanspraak zou hebben als hij tot zijn pensioen in dienst zou zijn gebleven. De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om een bijzondere regeling in de wet op te nemen. Volgens de Hoge Raad blijft het mogelijk dat de toekenning van een volledige transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar daar was in dit geval geen aanleiding voor.

Consequenties voor de praktijk

Als een werknemer vlak voor zijn pensionering zit en twee jaar ziek is geweest, kan een werkgever overwegen om het dienstverband niet te beëindigen wegens langdurige ziekte, maar pas op een later moment wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij ontslag wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd heeft de werknemer namelijk geen recht op een transitievergoeding.

De werkgever kan er ook voor kiezen om nu al te ontslaan en de transitievergoeding te voldoen. Er is namelijk een wetsvoorstel aangenomen dat in werking zal treden op 1 april 2020, maar terugwerkt tot 1 juli 2015. Op grond van deze wet ontvangen werkgevers compensatie voor de betaalde transitievergoeding.

Voor advies in uw concrete geval kunt u contact opnemen met mevrouw mr. G.A.G. Warfman.