De huurovereenkomst voor woonruimte is bij verstekvonnis van 29 januari 2015 ontbonden. De huurders zijn niet in verzet gekomen tegen dit vonnis. Partijen hebben op 11 februari 2015 een “Laatste Kans Overeenkomst” gesloten, waarin expliciet is bepaald dat partijen geen nieuwe huurovereenkomst zijn overeengekomen. Op basis van de Laatste Kans Overeenkomst mogen de huurders gedurende een periode van 12 maanden nog gebruik maken van de woning. Voor het einde van deze periode zal de verhuurder bepalen of er een nieuwe huurovereenkomst wordt gesloten met de huurders. Begin januari 2016 heeft de verhuurder bericht dat zij met de huurders geen nieuwe huurovereenkomst zal sluiten en dat door de deurwaarder de ontruiming van de woning zal worden aangezegd. De huurders wensen de ontruiming te voorkomen en starten een executiegeschil op.

De voorzieningenrechter (Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:3000) stelt vast dat de verhuurder expliciet geen nieuwe huurovereenkomst met de huurder heeft willen sluiten, mede gelet op de voorwaarden van de Laatste Kans Overeenkomst van 11 februari 2015. De verhuurder heeft de huurders een laatste kans willen bieden, maar dat betekent niet automatisch dat de huurders ook recht hebben op een nieuwe huurovereenkomst na afloop van de periode die is overeengekomen in de Laatste Kans Overeenkomst.

Vast staat voorts dat de verhuurder in de brief van 28 januari 2016 heeft aangegeven dat zij niet wenst over te gaan tot het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst met de huurders. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de verhuurder zich niet tevoren heeft gebonden om enigerlei nieuwe overeenkomst met de huurders te sluiten. De rechter kan voorts een partij in het algemeen ook niet dwingen tot het sluiten van een overeenkomst tot het aangaan waarvan zij niet verplicht is en die zij nadrukkelijk niet wenst. De verhuurder maakt aldus geen misbruik van haar executiebevoegdheid om de ontruiming op basis van het vonnis van 29 januari 2015 door te laten gaan. De vorderingen van de huurders in het executiegeschil worden derhalve afgewezen.