De HR oordeelde dat belanghebbende, erfpachter en exploitant van een zwembad, het zwembad exploiteerde met het uitsluitende doel om winst te behalen en om die reden voor WOZ doeleinden mocht waarderen op de lagere bedrijfswaarde. In beginsel wordt de WOZ-waarde van een zwembad bepaald op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, maar eerder oordeelde de HR al dat vastgoed dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd gewaardeerd mag worden op de (lagere) bedrijfswaarde als de exploitatie plaats vindt met het uitsluitende doel winst te behalen en dat het commerciële karakter van de exploitatie dient te worden bepaald vanuit het perspectief van de eigenaar.

De HR oordeelt nu dat in deze zaak belanghebbende, als erfpachter, gelijk moet worden gesteld met de eigenaar en er dus vanuit het perspectief van belanghebbende moet worden beoordeeld of sprake is van commerciële exploitatie en niet vanuit het perspectief van de bloot eigenaar (in dit geval de gemeente). Belanghebbende kon op basis van afspraken met het Stadsdeel de onroerende zaak niet kostendekkend exploiteren. Belanghebbende had zich er namelijk toe verbonden de maatschappelijke functie van het zwembad te garanderen (o.a. doelgroepzwemmen, verhuur aan niet-commerciële verenigingen, schoolzwemmen, en het hanteren van een bepaalde prijsstelling voor recreatief zwemmen). Ter compensatie ontving belanghebbende van het stadsdeel verschillende financiële bijdragen. Deze feitelijke omstandigheden waren aanleiding voor de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam om de WOZ-waarde te bepalen aan de hand van de gecorrigeerde vervangingswaarde, in plaats van de lagere bedrijfswaarde. Volgens de heffingsambtenaar opereerde belanghebbende in de gegeven omstandigheden niet bedrijfsmatig in de commerciële sfeer. De HR is het niet eens met de heffingsambtenaar en acht doorslaggevend dat belanghebbende onderdeel is van een groep vennootschappen die sportfaciliteiten op commerciële basis exploiteert, statutair een winstdoel kent en dat feitelijk niet is komen vast te staan dat belanghebbende andere dan commerciële drijfveren heeft. De maatschappelijke belangen die het stadsdeel nastreeft nemen niet weg dat tussen het stadsdeel en belanghebbende een commerciële relatie bestaat.