De agri- en foodsector was lang kop van jut van mededingingsautoriteiten in binnen- en buitenland. Zo legde Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) boetes op vanwege schending van het kartelverbod in de paprikasector en de uiensector. Daarnaast beboette ACM meelproducenten en verbood ACM ten onrechte een overname in de beschuitsector. In Duitsland ontvingen producenten van meel, bier en worst kartelboetes. ACM blijft alert, zo volgt uit ACM’s recente zienswijze over de bloembollensector. Recent lijkt de Europese Commissie (“Commissie”) oog te hebben voor de zwakke positie van de boer en kleine producent ten opzichte van inkoopcombinaties van supermarkten. Tegelijk is de Commissie druk doende met onderzoek ten behoeve van aanpassing van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (“GLB”). Ook in Nederland zijn op dat punt stappen gezet. Deze en andere recente ontwikkelingen die van belang zijn voor agri- en foodsector zetten wij hierna op een rij.

Gemeenschappelijk Landbouw Beleid: Europa

Er zijn drie interessante ontwikkelingen te signaleren:

  • DG competition stelde begin 2017 een onderzoek in naar producentenorganisaties (“PO’s”) in de markten voor olijfolie, rundvlees en akkerbouwgewassen. Een onderdeel van het GLB is de Gemeenschappelijke Markt Ordening (“GMO”), waarin specifieke vrijstellingen staan voor de gezamenlijke verkoop door PO’s in de voornoemde sectoren. Met het onderzoek gaat de Commissie met name na welke effecten deze vrijstellingen hebben gehad.
  • DG Agri publiceerde op 16 augustus 2017 een marktconsultatie in het kader van haar Initiatief ter verbetering van de voedselvoorzieningsketen. Dit initiatief, dat vergezeld gaat van een aanvangseffectbeoordeling, is gericht op het verbeteren van de positie van boeren en kleine bedrijven in de voedselvoorzieningsketen. DG Agri signaleert dat er zijn aanwijzingen zijn dat de toegevoegde waarde in deze keten niet eerlijk wordt verdeeld over alle niveaus van de keten, met name door de zwakkere onderhandelingspositie van kleinere en dus kwetsbaardere operatoren, waaronder landbouwers en kleine bedrijven, ten opzichte van hun economisch sterkere en sterk geconcentreerde commerciële partners. DG Agri peilt met de consultatie ook de belangstelling om specifieke uitzondering die reeds van toepassing zijn in de suikersector (zoals waardedelingsovereenkomsten) tevens toe te passen in andere sectoren. De termijn voor de consultatie verstrijkt op 17 november 2017.
  • Ondertussen wordt reikhalzend uitgekeken naar het arrest van het Hof van Justitie in de witlof zaak. Dat arrest is van groot belang voor de reikwijdte van de huidige vrijstelling van het kartelverbod voor PO’s en unies van PO’s (“UPO’s”). De prejudiciële waar het Hof zich in deze zaak over buigt, volgen op een beroep tegen een kartelboete van de Franse mededingingsautoriteit in de witlofsector. In hun beroep voerden de betrokken partijen aan dat de beboette afspraken nodig waren voor het bereiken van de doelstellingen van het GLB. In april 2017 overwoog Advocaat-Generaal Wahl in dat kader dat afspraken binnen één PO of één UPO onder omstandigheden buiten de mededingingsregels vallen. Afspraken tussen verschillende PO’s, UPO’s alsook hun afspraken met derden vallen volgens Advocaat-Generaal Wahl wel onder het mededingingsrecht, waaronder het kartelverbod.

De resultaten van de onderzoeken die DG competition en DG Agri in gang hebben gezet gaan een rol spelen bij de aanpassingen van het GLB. Er is een gerede kans dat het Hof in de witlof zaak arrest wijst alvorens eventuele aanpassingen van het GLB worden vastgesteld en de Commissie ook daar rekening mee kan gaan houden.

Gemeenschappelijk Landbouw Beleid: Nederland

Vanwege de beoogde aanpassingen van het GLB zond staatssecretaris Van Dam op 3 juli 2017 een brief naar de Tweede Kamer. Daarin pleit de Nederlandse overheid voor het modernisering en vereenvoudiging van het GLB. Vervolgens nam de Nederlandse overheid in juli 2017 een nieuwe regeling aan voor de uitvoering van de GMO groenten en fruit. Aanleiding hiervoor is de recente aanpassing van de Europese verordeningen (nr. 2017/891 en nr. 2017/892). De Nederlandse uitvoeringsregeling is in lijn gebracht met de nieuwe Europese verordeningen en beoogt onder andere meer duidelijkheid te scheppen over de voorwaarden waaraan PO’s moeten voldoen om voor erkenning als PO in aanmerking te komen. Belangrijke wijzigingen zien daarnaast op de regels omtrent afzet buiten de PO en beperkingen aan het lidmaatschap van UPO’s.

Wetsvoorstel Duurzaamheidsinitiatieven

Duurzaam ondernemen is in de agri- en foodsector een belangrijk thema. Om duurzaamheidsinitiatieven snel en succesvol uit te voeren kunnen marktbrede afspraken wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn. Een voorbeeld is het initiatief de ‘kip van morgen’, wat tot doel had de ‘plofkip’ uit de schappen van supermarkten te halen. Daarvoor stelden de relevante partijen binnen de voedselvoorzieningsketen een minimumnorm op waaraan zij zich zouden houden. ACM achtte die minimumnorm strijdig met het kartelverbod. Dit voorbeeld bewees wederom dat duurzaamheidsinitiatieven voor ACM moeilijk zijn in te passen in het mededingingsrechtelijke kader. In dat verband kwam het Ministerie van Economische Zaken op 19 mei 2017 met het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven. Het wetsvoorstel biedt marktpartijen een procedure om een duurzaamheidsinitiatief voor te dragen aan de minister. De minister maakt vervolgens een eigenstandige afweging en kan bij een positief besluit het initiatief opnemen in een wettelijke regeling. Hierdoor wordt volgens het Ministerie van Economische Zaken een aantal belemmeringen voor de totstandkoming of het succes van duurzaamheidsinitiatieven weggenomen. Bij de beoordeling van het initiatief spelen naast mededingingsrechtelijke aspecten ook bredere maatschappelijke belangen een rol. Meer informatie over het kartelverbod en duurzaamheidsinitiatieven is te vinden in deze blog.

Aandacht voor inkoopmacht supermarkten en verticale prijsbinding in de voedselsector

Opvallend is dat DG competition in mei 2017 bekend maakte te onderzoeken of een inkoopsamenwerking van een aantal Belgische en Franse supermarkten wel verenigbaar is met het mededingingsrecht. Die ontwikkeling past in het beeld dat de Commissie meer aandacht aan de dag lijkt te leggen voor de marktpositie van de partijen waar de supermarkten gezamenlijk hun producten inkopen. Ondertussen zet het Duitse Bundeskartellamt (“BKa”) in op het stimuleren van concurrentie in de voedselvoorzieningsketen. Dit door wederom aandacht te vragen voor het verbod op verticale prijsbinding (ofwel resale price maintenance (“RPM”)) in de voedselsector. Het BKa beboette eerder al Duitse supermarkten voor het maken van afspraken met producenten over de wederverkooprijs van onder andere bier, chocola, en diervoeding. Op 12 juli 2017 publiceerde het BKa richtsnoeren voor de beoordeling van RPM in de voedselsector. De richtsnoeren zijn niet alleen interessant voor de afzet van producten aan Duitse afnemers zoals supermarktketens, ook in andere EU lidstaten geniet RPM de belangstelling van de mededingingsautoriteiten. Kortom, er zijn tal van ontwikkelingen op het gebied van de toepassing van het kartelverbod (en de uitzonderingen daarop) bij de prijsvorming en de verdeling van de toegevoegde waarde in de voedselvoorzieningsketen.