Eerder informeerden wij u al over de beëindiging van slapende dienstverbanden. In november 2019 oordeelde de Hoge Raad dat indien is voldaan aan de voorwaarden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, een werkgever op grond van goed werkgeverschap is gehouden in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding.

Wet compensatie transitievergoeding Werkgevers worden voor de te betalen transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid gecompenseerd op grond van de Wet compensatie transitievergoeding (hierna: ‘de Compensatieregeling’). De Compensatieregeling houdt in dat werkgevers die een transitievergoeding betalen bij een ontslag na 1 juli 2015 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, de betaalde vergoeding (te weten: de transitievergoeding zoals die gold op het moment waarop de arbeidsovereenkomst na 104 weken arbeidsongeschiktheid voor het eerst had kunnen eindigen) kunnen terugvragen.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft nu geoordeeld over de situatie waarin een werkgever niet akkoord is gegaan met het verzoek tot beëindiging van de werknemer. De vraag die voorlag is hoe hiermee dient te worden omgegaan indien deze werknemer inmiddels de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

In deze zaak speelde het volgende. Werknemer was in dienst bij een stichting. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid verzocht werknemer de stichting de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. De stichting gaf aan de arbeidsovereenkomst niet te zullen beëindigen. Nadat de Compensatieregeling is aangenomen, heeft werknemer de stichting opnieuw verzocht de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De stichting ging hier echter nog steeds niet op in.

Schadevergoeding? Het Hof keurt deze handelswijze af en stelt dat de stichting een schadevergoeding dient te betalen. De Compensatieregeling beoogt de belangrijkste beweegreden voor werkgevers weg te nemen om dienstverbanden na twee jaar arbeidsongeschiktheid slapend te houden. De werknemer in deze zaak heeft de stichting hier ook op gewezen toen hij zijn verzoek tot beëindiging herhaalde. De weigering van de stichting om in te stemmen met het verzoek van werknemer is een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verplichting als goed werkgever en de stichting was hierdoor in verzuim. De stichting is daarom gehouden de schade die werknemer heeft geleden als gevolg van deze tekortkoming te vergoeden, aldus het Hof.

Toch recht op compensatie? Indien de stichting had ingestemd met het voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een transitievergoeding vóórdat werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd had bereikt, had zij aanspraak kunnen maken op de Compensatieregeling en had zij de vergoeding terug kunnen krijgen. Dat zij nu mogelijk geen aanspraak kan maken op deze compensatie komt voor haar eigen risico. Het Hof sluit echter niet uit dat de stichting wellicht toch een beroep kan doen op de Compensatieregeling, nu de te betalen schadevergoeding is gebaseerd op de niet-nakoming van een verplichting die is ontstaan als gevolg van de invoering van de Compensatieregeling en die anders wel voor vergoeding in aanmerking was gekomen.

Of de vergoeding daadwerkelijk gecompenseerd kan worden zal moeten worden afgewacht, nu dit door het UWV (en de bestuursrechter) zal moeten worden beoordeeld.