Handhaving in het voedingsrecht is de laatste jaren flink veranderd. In 2016 zijn de omzetgerelateerde boetes voor bepaalde overtredingen door grote spelers in de voedingsindustrie ingevoerd en is het algemene handhavingsbeleid van de NVWA aangepast. Deze maand is daar nog een wijziging van specifiek interventiebeleid op het gebied van levensmiddelen en voedselveiligheid bijgekomen.

Deze drie ontwikkelingen hebben tot een gewijzigd landschap voor grote partijen in de voedingsindustrie geleid. In het specifieke beleid op het gebied van voedselveiligheid zijn het aantal categorieën ‘overtredingen’ verminderd door bepaalde categorieën samen te voegen. Dit leidt tot het risico dat een bepaalde overtreding (hoe gering ook) eerder wordt ‘herovertreden’. Indien een overtreding uit zo’n bredere categorie wordt herhaald (ook al is het een geringe ‘klasse D’-overtreding) kan een waarschuwing worden opgelegd. Hoewel een waarschuwing niet dezelfde angst inboezemt als een boete, zijn dergelijke mededelingen van de NVWA wel degelijk relevant.

Zoals gezegd zijn de omzetgerelateerde boetes ingevoerd, die kunnen worden opgelegd indien sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt tevens verstaan indien een overtreding wordt gepleegd waarvoor eerder een waarschuwing of boete is opgelegd. Zodoende kan in theorie zelfs een derde overtreding van geringe aard (bijv. ontbreken HACCP-register) leiden tot omzetgerelateerde boetes, waarvan het maximum op EUR 820.000 (!) ligt.

In de praktijk zal het niet snel zo’n vaart lopen en kan een beroep op evenredigheid worden gedaan, maar als ‘grote’ partij in de voedingsindustrie wil je de discussie hierover beter voorkomen dan voeren. Het is daarom belangrijk om ook opgelegde waarschuwingen zoveel mogelijk aan te vechten.