Het oordeel over de toepasselijkheid en reikwijdte van het bewijsrecht in ontbindingszaken is het belangrijkste aspect van deze uitspraak. Het oordeel van de Hoge Raad in de Decor-beschikking zal na de Mediant-beschikking voor sommigen als verrassing zijn gekomen.

Zoals gezegd, was door critici een somber beeld geschetst van de bewijsregels en de impact daarvan op het ontslagrecht. Werkgevers, die toch het grootste deel van de ontbindingsverzoeken indienen, zouden mede hierdoor minder snel van hun werknemer afkomen dan onder het oude recht het geval was. Dat sombere beeld was o.m. gebaseerd op het stelsel van limitatieve ontslaggronden, een striktere toets en op de veronderstelde verzwaring door het bewijsrecht.

De Decor-beschikking relativeert die laatste zorgpunten op twee manieren. Ten eerste volstaat het blijkbaar soms dat feiten aannemelijk zijn geworden en hoeven zij dus niet (altijd) 100% vast komen te staan. Ten tweede is het een redelijkheidsoordeel of de werkgever op basis van die feiten kan besluiten dat aan de ontslaggrond is voldaan. In deze annotatie werkt Jaap van Slooten beide punten uit.

  • Klik hier voor deze annotatie bij Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 in Ondernemingsrecht 2018/50