Op 22 mei 2017 heeft de Minister van Economische Zaken (Minister) het wetsvoorstel tot wijziging van de Warmtewet (Voorstel) naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze EnergyBit zetten wij kort de belangrijkste wijzigingen onder elkaar.

  1. Verbruiker – het Voorstel bevat een nieuwe definitie van “verbruiker”. De huidige wet beperkt de reikwijdte tot afnemers met een aansluiting kleiner dan 100kW. Het Voorstel omvat mede de verhuurder of vereniging van eigenaren (VvE) die (a) warmte afneemt van een warmtenet of inpandig warmtestelsel (b) een centrale aansluiting heeft met een capaciteit groter dan 100kW en (c) de warmte doorlevert aan zijn huurders, respectievelijk, leden met een aansluiting kleiner dan 100kW. Die levering aan die verhuurder of VvE valt binnen de reikwijdte van de nieuwe Warmtewet maar de doorlevering aan de huurder of leden van de VvE niet.
  2. Warmte – de definitie van warmte richt zich op het doel van ruimteverwarming en verwarming van tapwater, waarmee de termpartuur van het geleverde water niet langer relevant is. Dit is in lijn met de jurisprudentie over de vraag wanneer sprake was van levering van warmte.1
  3. Koude - Enigszins onduidelijk is de toepasselijkheid van het Voorstel op koude. In het Voorstel komt de term niet voor maar volgens de toelichting op het Voorstel wordt de levering van koude ‘beschermd’ indien deze onderdeel uitmaakt van warmtelevering met behulp van een WKO-inrichting omdat warmte en koude dan onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dit lijkt evenwel nog slechts zijn beslag te krijgen in de mogelijkheid van een aangepast tarief voor warmte met behulp van WKO.
  4. Afleverset - Nieuw is de term ‘afleverset voor warmte’, ter vervanging van het nu nog gehanteerde begrip ‘warmtewisselaar’. Dit begrip heeft geleid tot grote onduidelijkheid in de sector maar deze wordt nu verminderd door een nieuw definitie en nadere uitleg daarbij. De warmtewisselaar, zo wordt nu ook verduidelijkt in de toelichting, is een onderdeel van de afleverset. De afleverset maakt geen onderdeel uit van de binneninstallatie van de verbruiker (of het inpandig leidingenstelsel van een verzamelgebouw) maar wordt ter beschikking gesteld door de leverancier.
  5. De afbakening van het warmtenet – Een met het vorige punt verwant onderwerp zorgde eveneens voor veel onduidelijkheid: waar eindigt het net en waar begint de verbruiksinstallatie? De wetgever probeert in het Voorstel duidelijkheid te verschaffen met nieuwe (complexe) definities voor: warmtenet, inpandig leidingenstelsel, collectieve aansluiting, individuele aansluiting, binneninstallatie, inpandig leidingenstelsel.2
  6. Tariefregulering – Het Voorstel herformuleert de vaststelling van de tarieven. Het Voorstel geeft limitatief vijf tariefdragers:
    • het tarief voor afsluiting (artikel 4a)
    • de maximumprijs voor levering van warmte die kan variëren per aflevertemperatuur (artikel 5)
    • een eenmalige aansluitbijdrage die kan variëren per aansluitcategorie (artikel 6)
    • het maximumtarief voor het gebruik van de ‘afleverset voor warmte’ (artikel 8, lid 1)
    • het tarief voor meting (artikel 8, lid 5).
    • Terugkerend punt van discussie onder de huidige Warmtewet is de vaststelling van de tarieven en met name het uitgangspunt van de gasreferentie (ook wel: “niet-meer-dan-anders” of NMDA). De gasreferentie wordt alleen gehandhaafd voor de levering van warmte en de meting. De verdere invulling van de tarieven is overgelaten aan lagere regelgeving en ACM. De leverancier geniet een wettelijk monopolie met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de afleverset en de meter. In een tarief voor het gebruik (huur) van een meetinrichting of van warmtekostenverdelers, is niet voorzien.
  7. Netbeheerder – Het Voorstel introduceert de persoon van de netbeheerder: de persoon die een warmtenet beheert. Anders dan binnen de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 kan een netbeheerder onder het Voorstel dezelfde persoon zijn als de leverancier maar dit hoeft (in de toekomst) niet het geval te zijn. Niet duidelijk is of iedereen netbeheerder kan worden of dat daaraan bepaalde (kwaliteits)eisen, rechten of verplichtingen zijn verbonden. Ook de onderlinge verhouding tussen levering en netbeheer is niet helemaal duidelijk.
  8. Derdentoegang - Het Voorstel regelt dat de netbeheerder en een leverancier die gebruik maakt van het warmtenet van die netbeheerder, op verzoek van een producent in overleg treden over toegang tot dat warmtenet “ten behoeve van transport van warmte”. De netbeheerder en de leverancier dienen de verzoekende producent informatie te verstrekken over het net en de warmteafname, waarna de netbeheerder gemotiveerd beslist op het verzoek. Dit kader roept nog wel wat vragen op. Bijvoorbeeld: waarom geldt deze derdentoegang alleen als sprake is van een aparte netbeheerder? En hoe realistisch is deze derdentoegang als de netbeheerder ogenschijnlijk zonder verdere consequenties de toegang kan weigeren?

Verdere behandeling

Het Voorstel staat niet op de lijst van wetsvoorstellen en regelingen die controversieel zijn verklaard tijdens de coalitiebesprekingen zodat de behandeling van het Voorstel gewoon voortgang kan vinden. Het is wenselijk dat serieus werk wordt gemaakt van dit Voorstel, gezien het toenemend belang van de warmtelevering binnen de nationale energievoorziening. Er zijn nog veel punten onduidelijk en ongelukkig vormgegeven en ook is onbevredigend dat weinig gehoor wordt gegeven aan de uitdrukkelijke oproep van – onder meer - de Raad van State om meer aandacht te besteden aan de financiële consequenties van het Voorstel, met name de risico’s van lage rendementen voor leveranciers. Het te hopen dat de parlementaire behandeling hieraan voldoende aandacht besteedt.