Brancheorganisaties hanteren soms zwarte lijsten om hun leden of consumenten te waarschuwen voor malafide leveranciers of concurrerende bedrijven. Deze lijsten kunnen grote negatieve gevolgen hebben voor de ondernemingen die hierdoor worden geraakt. Zo kreeg reisbrancheorganisatie ANVR een storm van kritiek te verduren toen zij deze zomer opnieuw een zwarte lijst publiceerde met tientallen reisorganisaties die zich niet aan de wettelijke garantieverplichtingen voor reizigers zouden houden. Volgens de reisorganisaties om wie het gaat had ANVR hiermee maar één doel voor ogen: de eigen leden voortrekken door niet-leden zwart te maken en niet-leden te dwingen zich aan te sluiten bij ANVR. ANVR verweerde zich echter met het argument dat de zwarte lijst noodzakelijk was om imagoschade aan de reisbranche te voorkomen. Bovendien zou het ontduiken van de regels oneerlijke concurrentie vormen. Maar mag zo’n zwarte lijst wel van de Autoriteit Consument & Markt en de Europese Commissie?

Zwarte lijst

Een ondernemingsvereniging kan haar leden op allerlei manieren bijstaan. Dit kan bijvoorbeeld door middel van belangenbehartiging of het geven van voorlichting. Ook het bevorderen van de kwaliteit van producten of diensten in de branche is toegestaan. Denk hierbij aan de introductie van een keurmerk of een gedragscode. Dit is toegestaan zolang zo’n regeling de concurrentie niet beperkt. De belangrijkste voorwaarde is dat de regeling niet ziet op onderdelen waarop bedrijven juist met elkaar moeten concurreren zoals de prijs of het aanbod van hun product.

Ook het hanteren van een zwarte lijst van onbetrouwbare marktpartijen door een ondernemersvereniging is toegestaan. Een voorbeeld is een lijst van dubieuze debiteuren of een lijst van bedrijven die zich niet aan de wettelijke regels houden. Dit mag er alleen niet toe leiden dat collectief wordt besloten geen zaken meer met deze bedrijven te doen. Ook moet ervoor worden gewaakt dat bedrijven ten onrechte op de zwarte lijst worden geplaatst. Het verspreiden van onjuiste informatie over bedrijven kan ertoe leiden dat deze bedrijven ten onrechte schade leiden. Uit besluiten van buitenlandse mededingingsautoriteiten blijkt dat het verboden kan zijn om negatieve informatie over andere bedrijven te verspreiden.

Verbod

De Franse mededingingsautoriteit heeft vorig jaar bijvoorbeeld een boete van ruim 40 miljoen euro opgelegd aan geneesmiddelenproducent Sanofi voor het opzettelijk maken van denigrerende opmerkingen over producten van een concurrent. Relevant is bovendien de boete van ruim 15 miljoen euro die vorig jaar in Frankrijk aan geneesmiddelenproducent Schering-Plough is opgelegd omdat zij producten van concurrenten bewust in een negatief daglicht had geplaatst bij artsen en apothekers. Ook vermeldingswaardig is dat de Italiaanse mededingingsautoriteit net een onderzoek is begonnen naar twee consortia van bedrijven op het gebied van de recycling van plastic omdat zij informatie hebben verspreid waarin de betrouwbaarheid van een nieuwe marktspeler in twijfel werd getrokken. Hiermee zou het deze concurrent moeilijk worden gemaakt om de markt te betreden.

Risico

Een zwarte lijst zal vaak vanuit het oogpunt van belangenbehartiging of de bescherming van consumenten te rechtvaardigen zijn. Wel is belangrijk dat een brancheorganisatie zorgvuldig onderzoek doet alvorens zij bedrijven op de zwarte lijst plaatst. Daarbij mag een zwarte lijst niet worden gebruikt om “dubieuze bedrijven” te dwingen lid te worden van de branchevereniging. Indien blijkt dat bedrijven wel erg gemakkelijk door een brancheorganisatie als dubieus bedrijf worden aangemerkt, zou deze handelswijze in strijd met de mededingingsregels kunnen zijn. In dit geval zou de branchevereniging zelf wettelijke regels overtreden. Brancheorganisaties zullen dus moeten oppassen dat zij niet op de zwarte lijst van de toezichthouders komen te staan.