Op 11 december 2014 is een voorstel tot wijziging van het wetsvoorstel Huis voor Klokkenluiders ingediend bij de Tweede Kamer. Met dit gewijzigde voorstel wordt gehoor gegeven aan een aantal kritiekpunten dat de Eerste Kamer op het oorspronkelijke wetsvoorstel heeft geuit.

In mei 2012 hebben de leden Van Raak, Heijnen, Schouw, Van Gent, Ortega-Martijn en Ouwehand een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend tot oprichting van een Huis voor Klokkenluiders (‘het Huis’). Het doel van het Huis voor klokkenluiders is het wegnemen van ernstige maatschappelijke misstanden. Hoewel het wetsvoorstel werd aangenomen door de Tweede Kamer, bleek vooral tijdens de behandeling in de Eerste Kamer dat er verdeeldheid heerst over de uitwerking van het Huis. De bezwaren zagen met name op het onderbrengen van het Huis bij de Nationale Ombudsman. Dit zou in strijd zijn met artikel 78a van de Grondwet. Ook werden er bezwaren geuit over het samenbrengen van een onderzoek- en een adviesfunctie in één orgaan en het feit dat het Huis openstaat voor meldingen uit zowel de publieke als de private sector. 

Nader onderzoek door de initiatiefnemers heeft er toe geleid dat op 11 december 2014 een nieuw initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer is ingediend. In reactie op het commentaar van de Eerste Kamer wordt het Huis in het gewijzigde wetsvoorstel niet langer ondergebracht bij de Nationale ombudsman, maar wordt het Huis vormgegeven als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan. Voorts worden de afdelingen advies en onderzoek van het Huis afzonderlijk ingericht en worden specifieke onderzoeksbevoegdheden geïntroduceerd voor de publieke en de private sector om zo voldoende rekening te kunnen houden met de eigen kenmerken van deze sectoren. In het gewijzigde wetsvoorstel wordt tevens voorzien in een samenwerkingsprotocol tussen het Huis en het Openbaar Ministerie en toezichthoudende bestuursorganen of diensten. Tot slot wordt de rechtsbescherming van klokkenluiders verbeterd door vast te leggen dat de te goeder trouw en naar behoren handelende werknemer die een misstand meldt, niet vanwege zijn melding mag worden benadeeld in zijn rechtspositie.

Bij het Huis kan een werknemer melding maken van misstanden binnen de organisatie waarbij hij werkzaam is of is geweest of binnen een andere organisatie waarmee hij door zijn werkzaamheden in aanraking is gekomen, indien bij deze misstand het maatschappelijk belang in het geding is. Het Huis heeft kort gezegd tot taak (i) de werknemer te adviseren over een vermoeden van een misstand, en (ii) onderzoek te verrichten naar een vermoeden van een misstand. Na afloop van zijn onderzoek stelt het Huis een rapport op waarin zijn bevindingen en zijn oordeel worden weergegeven en waarin eventuele aanbevelingen aan de werkgever worden gedaan.

Het wetsvoorstel Huis voor Klokkenhouders zal in 2015 in gewijzigde vorm door de Tweede Kamer worden behandeld.