Ruim zes jaar na het faillissement van het Meavita-concern heeft de Ondernemingskamer zich op 2 november jl. in harde bewoordingen uitgelaten over het handelen van bestuur en toezichthouders. De uitspraak volgt op een door de vakbonden en curatoren gestarte enquêteprocedure, waarin het beleid en de gang van zaken binnen Meavita voorafgaand aan faillissement zijn onderzocht.

De Ondernemingskamer oordeelt dat sprake was van wanbeleid binnen Meavita. Volgens de Ondernemingskamer heeft het wanbeleid tal van oorzaken. De onvoldoende doordachte en slecht uitgewerkte fusie met Sensire/Thuiszorg Groningen is daarvan een belangrijke. De risico’s die kwamen kijken bij de fusie zijn onvoldoende in kaart gebracht. Daarnaast is de Ondernemingskamer bijzonder kritisch over het gebrek aan anticipatie op de invoering van de WMO en de bijbehorende druk op tarieven. Ook het mislukte TVFoon project vormt een belangrijke reden om tot het oordeel wanbeleid te komen.

De Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen worden verantwoordelijk gehouden voor het wanbeleid. Beide organen wordt een gebrek aan commitment verweten. Bovendien was er een gebrek aan aandacht voor tekortkomingen, zoals ten aanzien van het schenden van governance- en medezeggenschapsregels. De Ondernemingskamer concludeert: er was een cumulatie aan moeilijke tot zeer moeilijke externe factoren. In plaats van die tegemoet te treden met extra zorgvuldigheid en aandacht, vervielen bestuurders en toezichthouders in een cumulatie van tekortkomingen.

De bestuurders en commissarissen zijn veroordeeld tot betaling van de kosten van het enquêteonderzoek, ongeveer EUR 1,5 miljoen. Daarnaast vormt een enquêteprocedure vaak een opmaat voor een aansprakelijkheidsprocedure waarin verdere schade wordt gevorderd. Vakbond Abvakabo heeft een dergelijke procedure reeds aangekondigd en noemt in het FD het arrest van de Ondernemingskamer “een waarschuwing aan bestuurders”.

Het arrest benadrukt expliciet de verantwoordelijkheid van commissarissen en kan zodoende ook als een waarschuwing aan toezichthouders gezien worden. Zij hebben een (actieve) plicht om problemen te signaleren en om bijsturing te geven waar dat nodig blijkt. Dit zal temeer het geval zijn in een onderneming die in zwaar weer verkeert.