In het kader van het wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht is op 1 september 2014 het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon.

De vordering kan worden ingediend door de curator of het openbaar ministerie in specifiek in de wet benoemde gevallen, bijvoorbeeld indien sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Doel van het bestuursverbod is faillissementsfraude te bestrijden. Een bestuursverbod kan worden opgelegd aan de bestuurders van alle rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en naamloze en besloten vennootschappen, maar niet aan de leden van hun toezichthoudende organen. Voor meer informatie over dit wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Corporate Alert van 11 september 2014. 

In het op 4 november 2014 verschenen Verslag zijn diverse vragen gesteld door de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, onder meer over de praktische uitwerking en handhaving van het bestuursverbod en de verhouding van het bestuursverbod tot bestaande strafrechtelijke bevoegdheden. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft meegedeeld te verwachten dat de Nota naar aanleiding van het verslag begin 2015 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend.