Vorige maand schreven wij al over de instelling van de Geschilleninstantie Zorgcontractering (GiZc). Inmiddels heeft een groot aantal brancheorganisaties een convenant gesloten, zodat de GiZc van start kan. Wij geven onze eerste indrukken.

“Eisende partij” kiest route, dus snel eisen loont 

De GiZc voorziet in verschillende routes voor geschillenoplossing:mediationbindend advies en arbitrage. Deze routes zijn facultatief, zodat de gang naar de “gewone” rechter mogelijk blijft. Het is aan de “eisende partij” in een geschil om een keuze tussen deze vier routes te maken. Vaak zal de eisende partij de zorgaanbieder zijn. Dat is ook de bedoeling van de GiZc: als de aanbieder dat wil, is een laagdrempelig en snel alternatief beschikbaar voor de rechter. 

In veel geschillen kunnen ook zorgverzekeraars het initiatief nemen een geschil aanhangig te maken en daardoor “eisende partij” te zijn. Op die manier kunnen zij de voor hen meest gunstige route kiezen. In een dreigend geschil kan dus voor zorgaanbieder én zorgverzekeraar de prikkel ontstaan om snel de positie van “eisende partij” te claimen. Dat lijkt ons niet een gewenst gevolg van de instelling van de GiZc. 

De gewone rechter als investering 

Een onmiskenbaar voordeel van de procedures bij de GiZc is de snelheid. Een uitspraak op een termijn van drie tot vier maanden lijkt mogelijk. Bij de gewone rechter is dat al snel een jaar. 

In individuele zaken is dat winst. Op de wat langere termijn zien wij voor zorgaanbieders een risico. De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad (HR) enkele belangrijke uitspraken gedaan in het voordeel van zorgaanbieders. De HR heeft het “hinderpaalcriterium” geijkt en grenzen gesteld aan voorkeursbeleid van zorgverzekeraars. 

Als zorgaanbieders kiezen voor de GiZc, is een gang naar de HR vervolgens nauwelijks mogelijk. De HR kan zijn richtinggevende functie dan niet meer vervullen. De GiZc maakt geschillenbeslechting wel sneller, maar waarschijnlijk ook minder krachtig.