In Hasselt wordt een CPBW opgericht hoewel dit niet moet. Een lid van het CPBW, Fons, maakt een zware fout op 23 mei 2017 en u wil ontslaan om dringende reden? Quid?

In de Wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden (“Wet 1991”), wordt een bijzondere procedure ingeschreven voor het ontslaan om dringende reden van leden en kandidaat-leden van het CPBW en de OR. Deze bijzondere procedure houdt onder meer in dat de bevoegde arbeidsrechtbank de dringende reden moet erkennen, vooraleer de werkgever tot een ontslag om dringende reden kan overgaan.

De Wet 1991 is echter enkel van toepassing op de leden van wettelijke ingestelde organen. Bij het ontslag om dringende reden van leden van conventioneel opgerichte organen, zoals Fons, zal deze bijzondere procedure dus niet van toepassing zijn. De werkgever van Fons zal bijgevolg de gewone procedure tot ontslag om dringende reden moeten volgen, zoals beschreven in artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

De vraag is dan of men de bijzondere procedure van de Wet 1991 eventueel conventioneel van toepassing kan maken op leden van conventioneel ingestelde organen. Het antwoord hierop is negatief. Aangezien de Wet 1991 van openbare orde is, kan men de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank niet uitbreiden en kan men deze bijzondere procedure dus ook niet van toepassing maken op leden van conventioneel opgerichte organen. Evenmin kan men afwijken van artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

Wel zou u kunnen voorzien in bijkomende financiële of procedurele garanties in geval van ontslag, zodat de leden van het conventioneel orgaan toch een gelijkaardige bescherming genieten.