Recent heeft de Reclame Code Commissie ("RCC") van de Stichting Reclame Code voor het eerst uitspraak gedaan over een klacht met betrekking tot fieldmarketing. De klacht en de uitspraak zijn gebaseerd op de Reclame Code voor Fieldmarketing ("RFM"). Deze code is in werking getreden op 1 januari 2016 en maakt onderdeel uit van de Nederlandse Reclame Code.

Wat is fieldmarketing?

Fieldmarketing is het planmatig en systematisch aanprijzen van goederen, diensten of denkbeelden buiten de eigen verkoopruimte, in de openbare ruimte of aan huis (Door2Door). Fieldmarketing omvat presentatie, promotie, activatie en directe verkoop "van een standaard niet op de individuele ontvanger toegespitste inhoud". Gedacht kan daarbij worden aan het in een winkelstraat aan winkelend publiek trachten te verkopen van een abonnement op een krant of het aan de deur proberen consumenten te laten overstappen op een andere energieleverancier.

De RFM reguleert deze vorm van marketing.

Aan welke regels is fieldmarketing gebonden?

De regels voor fieldmarketing zijn vrij strikt.

Zo dient het bij fieldmarketing direct duidelijk te zijn met wie de consument van doen heeft en wat het commerciële, ideële of charitatieve oogmerk van het gesprek is.

De fieldmarketeers (maximaal 2 per consument/gesprek) moeten zich ook kunnen legitimeren. Misleiding en agressief benaderen van de consument is uit den boze. Daarnaast moet een consument op duidelijke en begrijpelijke wijze worden geïnformeerd over het product.

Door2Door werving mag alleen plaatsvinden op werkdagen tussen 9.00 uur en 21.00 uur en op zaterdagen tussen 10.00 uur en 20.00 uur (op 5 december, 24 december en 4 mei tot 19.00 uur).

Op zondagen en officieel erkende feestdagen is Door2Door werving niet toegestaan. Bij fieldmarketing aan de deur moeten de fieldmarketeers ondubbelzinnige mededelingen van een consument dat verkoop aan de deur ongewenst is altijd respecteren.

Bij fieldmarketing in de openbare ruimte moet de fieldmarketeer er op letten dat een consument maar 1 keer aangesproken mag worden. De fieldmarketeer moet er ook voor zorgen dat de passantendoorstroom en het trottoir niet worden geblokkeerd of belemmerd. Voor verkoop in de openbare ruimte gelden meestal ook specifieke (vaak gemeentelijke) regels met betrekking tot plaats en tijd.

In alle gevallen geldt dat zodra een consument ondubbelzinnig aangeeft geen behoefte te hebben aan een gesprek de fieldmarketeer zijn inspanningen moet staken.

Verboden is het werven in verpleeghuizen (en vergelijkbare instellingen) en onder minderjarigen.

In de code staat tot slot dat een ieder die meent dat de RFM wordt overtreden zich allereerst dient te beklagen bij de adverteerder of het fieldmarketing-bureau dat door de adverteerder is ingeschakeld. Op de klacht dient binnen 4 weken te worden gereageerd. Blijft een reactie in die 4 weken uit dan kan vervolgens binnen 4 weken een klacht worden ingediend bij de RCC. Komt er wel tijdig een reactie, maar is die onbevredigend, dan kan klager nog binnen 4 weken na ontvangst van die reactie een klacht indienen bij de RCC.

De toepassing van de RFM

De regel over het respecteren van bel-niet-aan-aanduidingen heeft geleid tot de eerste RFM-zaak.

Deze zaak heeft betrekking op een klacht van een consument die onder en boven zijn deurbel een sticker heeft aangebracht waaruit blijkt dat hij geen verkoop aan de deur wenst.

Ondanks deze sticker is er aangebeld door een fieldmarketeer die abonnementen verkoopt voor het verhelpen van ontstoppingen. Deze marketeer zou ook nogal vaag zijn geweest over wat hij verkoopt.

Nadat de klacht volgens de klager door de adverteerder niet naar behoren was afgehandeld is deze voorgelegd aan de RCC.

Adverteerder verweert zich door te stellen dat al haar medewerkers zijn getraind in fieldmarketing, herkenbare kleding dragen, bel-niet-aan-stickers dienen te respecteren en consumenten duidelijk behoren te informeren over het product dat wordt aangeboden. De betreffende medewerker zou naar aanleiding van de klacht zijn aangesproken en aan klager zijn excuses aangeboden. Daarmee zou, aldus de adverteerder, de kous af moeten zijn.

De RCC is het daar niet mee eens. De RCC oordeelt dat de artikelen 2 lid 1 en 9 lid 1 van de RFM zijn overtreden. Niet weerlegd is de stelling dat de sticker niet is gerespecteerd en de fieldmarketeer nogal vaag was.

De RCC doet een aanbeveling (tot staking van het op de betreffende wijze maken van reclame) omdat de adverteerder de fieldmarketeer wel heeft aangesproken, maar bij voorbaat niet duidelijk is of dit voldoende effectief zal blijken te zijn.

Een dergelijke aanbeveling is weliswaar geen afdwingbare veroordeling, maar is wél zeer effectief.

De procedure is namelijk dat indien een adverteerder een aanbeveling niet respecteert "naming and shaming" via Internet plaatsvindt. Op de website van de Stichting Reclame Code wordt een non compliant register bijgehouden van adverteerders die de regels aan hun laars lappen. De meeste adverteerders willen daar niet in genoemd worden zodat de aanbeveling meestal wordt opgevolgd.