Op 1 januari 2017 is de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) voorzien. In dit bericht staat de algemene doelenbepaling van de Wnb centraal. Artikel 1.10 Wnb noemt de drie specifieke doelen van de wet. Bij het nemen van besluiten moeten bestuursorganen met deze doelen rekening houden. Wat dit voor de praktijk zal betekenen wordt hierna toegelicht.

Wat zijn de doelen van de Wnb?

Artikel 10 lid 1 Wnb somt de doelen op. Daaruit blijkt dat de wet is gericht op:

  • het beschermen en ontwikkelen van de natuur,
  • het behouden en herstellen van biologische diversiteit,
  • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.

Wat is het nut van deze bepaling?

Artikel 1.10 bepaalt verder dat bestuursorganen de taken en bevoegdheden die zij op grond van de Wnb hebben, uitoefenen met het oog op de hiervoor genoemde doelen (lid 2). Ook dienen bestuursorganen bij het treffen van maatregelen op grond van de Wnb rekening te houden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden (lid 3).

Met dit artikel wordt het principe benadrukt van actieve soortenbescherming. De verbodsbepalingen van de wet zijn een vorm van passieve soortenbescherming, omdat zij gericht zijn op een nalaten. De algemene doelenbepaling beoogt actieve soortenbescherming: een opdracht aan bestuursorganen om actief beleid te voeren teneinde een gunstige staat van instandhouding van de soorten te bereiken. Deze verplichting om aan actieve soortenbescherming te doen, vloeit voort uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Bij actief beleid kan worden gedacht aan het opstellen van beschermingsplannen, aan de verlening van subsidies of het sluiten van een convenant. Meer informatie over deze bepaling kunt u vinden in de Memorie van Toelichting (p. 152 en 254), de Nota van wijziging (p. 34-37) en de Memorie van Antwoord (p. 54-55) bij het wetsvoorstel.

Algemene doelen, en vogue

De algemene doelenbepaling zoals de Wnb die introduceert, past in een trend: ook de (nog in werking te treden) Omgevingswet en de Waterwet kennen gelijksoortige bepalingen (zie artikel 1.3 van de Omgevingswet, Stb. 2016, 156 en artikel 2.1 van de Waterwet).

De vraag is of de algemene doelenbepaling in de Wnb slechts een prikkel voor bestuursorganen is, of een hardere juridische status heeft. In de toelichting bij de Waterwet valt te lezen dat de algemene doelen die daarin zijn neergelegd richtinggevend dienen te zijn bij de toepassing van de Waterwet. Vergunningaanvragen op grond van die wet moeten zelfs worden geweigerd als verlening daarvan in strijd is met de algemene doelen van die wet (op grond van artikel 6.21 Waterwet). De Wnb bevat een dergelijke weigeringsgrond niet. Wel is bepaald dat bestuursorganen bij het uitvoeren van hun taken en gebruikmaken van hun bevoegdheden de algemene doelen “in het oog” dienen te houden. Hieruit vloeit volgens ons in ieder geval een bepaalde motiveringsverplichting voort. Bestuursorganen zullen bij hun besluitvorming moeten motiveren hoe zij deze doelen bij hun besluitvorming hebben betrokken. Hoe ver deze motiveringsplicht gaat, zal de praktijk moeten uitwijzen.

Dit is een blog in de serie “De nieuwe Wet natuurbescherming”. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.