De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (hierna: WNT) heeft grote gevolgen gehad voor het niveau van beloningen en afvloeiingsregelingen in de semi-publieke sector. Verschillende malen is de rechter in individuele gevallen al de vraag voorgelegd, of aan de werking van de WNT is te ontkomen, en in de meeste gevallen is dat niet zo. Een enkele keer pakt dat toch iets anders uit.

Op grond van de WNT zijn uitkeringen wegens de beëindiging van het dienstverband (zoals ontslagvergoedingen en wachtgeldaanspraken) gemaximeerd tot kort gezegd een bedrag van € 75.000.

Art. 1.1 sub i WNT bepaalt evenwel dat uitkeringen die rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao, of uit een wettelijk voorschrift, niet aan dit maximum gebonden zijn.

Toen een zorginstelling vanwege het wegvallen van subsidies de arbeidsovereenkomst met de directeur wilde beëindigen, was het voor werkgever en werknemer onduidelijk of de werknemer in aanmerking kwam voor de aanvullingen op zijn WW, zoals opgenomen in de algemeen verbindend verklaarde CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening.

De kantonrechter oordeelde dat niet in geschil was dat de zorginstelling en de directeur onder het toepassingsbereik van de WNT vallen. Volgens de kantonrechter was verder de cao op de directeur van toepassing. De aard van zijn functie, gezien in samenhang met de verhouding waarin hij tot het bestuur stond, maakte dat de directeur in de zin van de cao als werknemer diende te worden beschouwd. Weliswaar bevatte de arbeidsovereenkomst een bepaling dat de aanvullingsregeling op de WW uit de cao niet van toepassing was, maar aan die uitzonderingsbepaling kwam geen betekenis toe omdat die in strijd is met de algemeenverbindendverklaring van de cao. De directeur had – aldus de kantonrechter – op grond van de cao recht op de WW-aanvulling.

Vervolgens moest beoordeeld worden of de uitzondering genoemd in art. 1.1. sub i WNT van toepassing is op de ontslagvergoeding en de WW-aanvulling. De kantonrechter oordeelde dat het hierbij uitkeringen betreft die rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao. Dat betekent dat deze uitkeringen niet meetellen voor de som van uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband.

Deze casus laat zien dat het van belang is om telkens weer te beoordelen of er sprake is van een uitzonderings­categorie als bedoeld in de WNT. Overigens heeft de rechter zich tot nog toe niet hoeven buigen over de uitzondering die voortvloeit uit een wettelijk voorschrift. Dat wordt mogelijk anders wanneer na de normalisering van de rechtspositie van de ambtenaar (beoogd per 1 januari 2017) de wettelijke en bovenwettelijke uitkeringen waarop zij aanspraak kunnen maken – die immers hun grondslag vinden in een wettelijk voorschrift – door de civiele rechter zullen moeten worden beoordeeld.