De oorlog in Syrië leidt tot een toename van de behoefte aan opvangvoorzieningen voor vluchtelingen in Nederland. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft tot taak in die behoefte te voorzien. Doorgaans zijn dergelijke voorzieningen strijdig met het bestemmingsplan. De recent in werking getreden tiende wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt handvatten om snel planologische medewerking te kunnen verlenen.

Kern

Per 9 september 2015 is bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) gewijzigd op onder meer de volgende onderdelen:

  • Het toepassingsbereik van artikel 4 lid 9 bijlage II Bor (wijziging bestaande bouwwerken) is wat bouwwerken buiten de bebouwde kom betreft verruimd tot “de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen“.
  • Het verlenen van omgevingsvergunningen voor planologisch strijdig gebruik via de a2-regeling (ook wel de “kruimelregeling” genoemd) kan door een wijziging van de artikelen 3.1 aanhef en onder b en 3.2 aanhef en onder b Bor nu ook vallen onder de bevoegdheid van gedeputeerde staten van de betrokken provincie of de minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met de minister van Infrastructuur en Milieu, indien sprake is van een project van provinciaal of nationaal belang en het betreft “de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen“;

Wijziging Besluit omgevingsrecht per 1 november 2014: verruiming toepassingsmogelijkheden a2-vergunning

Eerder schreven wij al over de wijzigingen in onder meer het Bor per 1 november 2014, zie daarover uitgebreid de berichten van 3 december 2013 en 19 januari 2015. In het oog springend is de verruiming van de toepassingsmogelijkheden van de “a2-vergunning” (artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a nummer 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) jo artikel 2.7 Bor jo artikel 4 bijlage II Bor).

De wijzigingen hadden betrekking op:

  • verruiming van de mogelijkheden van gebruikswijzigingen van bestaande bouwwerken en het aansluitende terrein (per 1 november 2014 zijn vervallen het vereiste van een maximale oppervlakte van 1.500 m2, de beperking tot alleen inpandige bouwwerkzaamheden, de uitsluiting van het omliggende terrein en het vereiste dat het aantal woningen niet mag toenemen. Aan deze categorie is verder toegevoegd logiesfuncties voor werknemers buiten de bebouwde kom) (artikel 4 lid 9 bijlage II Bor); en
  • verruiming van de mogelijkheid van tijdelijk planologisch strijdig gebruik (verlenging maximale periode van 5 naar 10 jaar, verval van het vereiste dat er concrete en objectieve omstandigheden moeten zijn waarmee is verzekerd dat het planologisch strijdige gebruik na afloop van de vergunningstermijn eindigt en het vereiste dat het aantal woningen niet mag toenemen) (artikel 4 lid 11 bijlage II Bor)

Uitgangspunt voor toepassing van beide bevoegdheden is dat het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente het bevoegde gezag is.

Wijziging Besluit omgevingsrecht per 9 september 2015

Per 9 september 2015 is het Besluit van 14 augustus 2015 tot aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet en van de bijlagen I en II bij de Crisis- en herstelwet (tiende tranche) en tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht in werking getreden (het Besluit).

In de nota van toelichting (NvT) op het Besluit (p. 32-33), die wat dit onderdeel betreft overeenkomt met het ontwerp van het Besluit uit 1 december 2014, staat dat het aantal asielzoekers in de opvangvoorzieningen van het COA een grote stijging vertoont. Verbleven er in maart 2014 nog circa 15.000 asielzoekers in de opvang van het COA, in september waren dat er al 22.000 en naar verwachting zal het door het COA te huisvesten personen in de loop van 2015 verder toenemen. Vastgesteld kan worden dat deze verwachting is uitgekomen sinds de publicatie van het ontwerpbesluit.

In de NvT staat verder dat het COA met grote inspanning moet zoeken naar voldoende opvangcapaciteit en dat het COA daarbij afhankelijk is van de medewerking van gemeenten. Deze medewerking wordt in de meeste gevallen ook verkregen, maar de dynamiek in de huidige situatie laat evenwel zien dat het COA snel moet kunnen beschikken over voldoende opvangcapaciteit. “Om dit te realiseren is het van belang dat planologische procedures niet belemmerend werken. Dit geldt zowel voor gemeenten als voor het COA.

Verruiming toepassingsbereik artikel 4 lid 9 bijlage II Bor buiten de bebouwde kom tot “de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen

Artikel 4 lid 9 bijlage II Bor luidt per 9 september 2015: “het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;“. Door de onderstreepte toevoeging kunnen bijvoorbeeld ook buiten de bebouwde kom gelegen recreatiewoningen en –parken planologisch geschikt worden gemaakt voor de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.

Voor de goede orde: dat kon op grond van het huidige artikel 4 lid 9 bijlage II Bor al voor dergelijke bouwwerken binnen de bebouwde kom. Daarnaast is de meerwaarde van de uitbreiding van deze categorie beperkt tot opvang van asielzoekers of andere categorieën van vreemdelingen voor een periode langer dan 10 jaar. Voor een periode van korter dan 10 jaar is het sinds 1 november 2014 immers al mogelijk om met toepassing van artikel 4 lid 11 bijlage II Bor een a2-vergunning te verlenen.

Minister van Veiligheid en Justitie of gedeputeerde staten kan bevoegd zijn tot verlening van een a2-vergunning

De artikelen 3.1 aanhef en onder b en 3.2 aanhef en onder b Bor bepalen tot 9 september 2015 dat gedeputeerde staten bevoegd zijn respectievelijk de Minister bevoegd is te besluiten op een aanvraag om omgevingsvergunning, indien het project voorziet in planologisch strijdig gebruik waarbij ten behoeve van de verwezenlijking van een project van provinciaal respectievelijk nationaal belang met toepassing van artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a nummer 3 Wabo van het vigerende planologische regime wordt afgeweken.

De aanpassing per 9 september 2015. voorziet erin dat ook de bevoegdheid tot verlening van een a2-vergunning kan verschuiven van burgemeester en wethouders naar gedeputeerde staten of de Minister, mits (i) het gaat om een project van provinciaal respectievelijk nationaal belang en (ii) het betreft de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Ingeval van een dergelijke bevoegdheidsverschuiving dient dus gemotiveerd te worden dat er sprake is van een project van provinciaal of nationaal belang. Daarvan is sprake indien het belang zich leent voor behartiging op provinciaal dan wel nationaal niveau vanwege de daaraan klevende bovengemeentelijke of boven provinciale aspecten. De jurisprudentie laat zien dat de aanwezigheid van een provinciaal of nationaal belang snel wordt aangenomen.

Voor de goede orde: uitgangspunt blijft dat burgemeester en wethouders een a2-vergunning voor de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen verlenen. Gedeputeerde staten en de Minister hebben nu echter de mogelijkheid gekregen deze bevoegdheid aan zich te trekken. Verder is het van belang te constateren dat de bevoegdheid tot de verlening van een a2-vergunning alleen kan verschuiven in het geval het de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen betreft.

Overige opmerkingen

De toepasselijkheid van de a2-regeling en de mogelijkheid van verschuiving van het bevoegd gezag voor planologische medewerking aan de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen, neemt niet weg dat dergelijke besluiten in overeenstemming moeten zijn met de goede ruimtelijke ordening. Gelet op de mogelijke maatschappelijke weerstand tegen opvangvoorzieningen is het van groot belang een dergelijke omgevingsvergunning adequaat te motiveren, waarbij in het bijzonder aandacht dient te worden besteed op de effecten van een opvangcentrum voor het woon- en leefklimaat van omwonenden. Verder dienen vanzelfsprekend de vereisten uit het Bouwbesluit 2012 in acht te worden genomen, waarbij in het bijzonder brandveiligheidseisen van belang zijn. Dat leidt ertoe dat niet ieder leegstaand bedrijfsgebouw zonder meer kan worden ingezet als opvangvoorziening.