Op 1 januari 2015 is de Wet bedrijveninvesteringszones (“Wet BIZ“) in werking getreden (Stb. 2014, nr. 506 en nr. 507). De Wet BIZ biedt ondernemers een instrument om gezamenlijk te investeren in activiteiten in de openbare ruimte van een bedrijventerrein of winkelgebied. Op verzoek van de ondernemers wijst de gemeente een winkelgebied of bedrijventerrein aan als Bedrijven Investeringszone (“BIZ“). De gemeenteraad kan vervolgens onder de naam BIZ-bijdrage binnen dat gebied een heffing instellen ter zake van de binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage is een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BIZ. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan kosten voor beveiliging of groenvoorzieningen. De belangen van gemeenten en ondernemers bij een aantrekkelijk en veilig bedrijventerrein of winkelgebied worden hiermee gebundeld.

De Experimentwet BI-zones

De Wet BIZ komt voort uit de Experimentwet BI-zones (“Experimentwet“, Stb. 2009, nr. 165). De Experimentwet bood sinds 1 mei 2009 de mogelijkheid om een bedrijventerrein of winkelgebied als BIZ aan te laten wijzen zodat ondernemers op een bedrijventerrein en in winkelgebieden gezamenlijk problemen omtrent veiligheid, uitstraling en bereikbaarheid aan konden pakken. Van de mogelijkheid om een BIZ te laten aanwijzen kon echter maar tot 1 januari 2012 gebruik worden gemaakt. De Experimentwet is nog geldig maar deze zal per 1 juli 2015 komen te vervallen. In 2013 is de Experimentwet BI-zones geëvalueerd (Kamerstukken II 2012-2013, 33 511, nr. 1). Uit de evaluatie bleek dat door het hele land in grote en kleinere steden veel meer bedrijveninvesteringszones waren opgericht (112) dan aanvankelijk was gedacht (30). De wetgever zag hierin een bevestiging dat er behoefte is aan een instrument als een BIZ. De evaluatie toonde aan dat zowel ondernemers als gemeenten enthousiast waren over de Experimentenwet omdat daarmee een handvat werd geboden om het organiserend vermogen, de betrokkenheid en het onderlinge vertrouwen van ondernemers te vergroten en daarmee gezamenlijke investeringen van de grond te krijgen.

Hoe werkt het?

De volgende negen stappen zijn te onderscheiden in het proces tot aanwijzing en uitvoering van een BIZ (Kamerstukken II 2013-2014, 33 917, nr. 3, p. 2 t/m 6):

  1. Oprichten stichting of vereniging: Ondernemers organiseren zich in een vereniging of stichting die als statutaire doelstelling uitsluitend heeft het verrichten van activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op (i) het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in een BIZ; (ii) de ruimtelijke kwaliteit; of (iii) de economische ontwikkeling van de BIZ (artikel 1 en 7 Wet BIZ).
  2. Uitvoeringsovereenkomst met de gemeente: De vereniging of stichting gaat in overleg met de gemeente waarin het bedrijventerrein of winkelgebied is gelegen. Dit overleg resulteert in een uitvoeringsovereenkomst tussen de gemeente en de vereniging of stichting (artikel 7 lid 3 Wet BIZ).
  3. Vaststellen verordening: De gemeenteraad stelt een verordening vast waarbij het bedrijventerrein of winkelgebied als BIZ wordt aangewezen en een heffing wordt ingesteld (artikel 1 lid 1 Wet BIZ). De verordening wijst tevens een vereniging of stichting aan waarvan alle bijdrageplichtigen lid zijn of kunnen worden en welke vereniging of stichting de activiteiten als genoemd in stap (1) tot statutair doel heeft gesteld (artikel 1 en 7 Wet BIZ).
  4. Voldoende steun: Het college van burgemeester en wethouders stelt iedere bijdrageplichtige in de gelegenheid om zich voor of tegen inwerkingtreding van de verordening uit te spreken. Eigenaren, gebruikers of eigenaren en gebruikers kunnen bijdrageplichtig zijn. De verordening bepaalt van welke categorie bijdrageplichtigen de heffing wordt geheven. De verordening treedt pas in werking nadat is gebleken dat onder de ondernemers voldoende steun bestaat voor de aanwijzing tot BIZ. Van voldoende steun is sprake als (i) ten minste de helft van de bijdrageplichtigen zich voor of tegen inwerkingtreding heeft uitgesproken; (ii) tenminste twee derde deel daarvan voor inwerkingtreding is; en (iii) de som van de Wet Waardering onroerende zaken-waarden (“WOZ-waarden“) van de onroerende zaken die in gebruik of in eigendom zijn van de bijdrageplichtigen die zich hebben uitgesproken voor inwerkingtreding hoger is dan de som van de WOZ-waarden van de onroerende zaken die in gebruik of in eigendom zijn van de bijdrageplichtigen die zich tegen de inwerkingtreding van de verordening hebben uitgesproken (artikel 4 en 5 Wet BIZ).
  5. Inwerkingtreding verordening: De verordening treedt in werking (indien voldoende steun) en het bedrijventerrein of winkelgebied wordt aangewezen als BIZ waarbinnen de BIZ-bijdrage van bijdrageplichtigen voor een periode van maximaal vijf jaar wordt geheven. Deze periode kan steeds met een periode van vijf jaar worden verlengd, met toepassing van stap (4).
  6. Heffing en invordering BIZ-bijdrage: Op de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage is de Gemeentewet van toepassing. De hoogte van de BIZ-bijdrage wordt op een zelfde wijze vast gesteld als de WOZ-waarde (artikel 2 Wet BIZ), waarbij een onderscheid kan worden gemaakt in verschillende categorieën. Bij de te onderscheiden categorieën kunnen de vestigingslocatie, de bestemming en de branche of sector in aanmerking worden genomen in relatie tot het belang van de ondernemer bij de activiteiten.
  7. Subsidie: De opbrengst van de BIZ-bijdrage wordt als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen vereniging of stichting. De gemeente kan er voor kiezen om aanvullende subsidie aan de vereniging of stichting van de BIZ te verstrekken.
  8. Verrichten activiteiten: Gelet op de statutaire doelstelling van de vereniging of stichting en het karakter van een subsidie zullen de gelden alleen mogen worden aangewend voor activiteiten die onder de doelstelling passen. Er kan worden gedacht aan kosten voor verlichting, camerabewaking, hekwerken, bewegwijzering, schoonmaak, onderhoud, promotie en meer.
  9. Beëindigen BIZ: Een BIZ wordt beëindigd als de periode van vijf jaar waarvoor de BIZ-bijdrage is ingesteld niet wordt verlengd of als de verordening wordt ingetrokken. De gemeenteraad besluit in geval van voldoende steun zo snel mogelijk over intrekking van de verordening. Intrekking van de verordening kan echter niet binnen een jaar na inwerkingtreding of binnen jaar nadat bijdrageplichtigen is gevraagd hun zich voor of tegen intrekking uit te spreken (artikel 3 en 6 Wet BIZ).

Het blijkt niet uit de Wet BIZ en de wetsgeschiedenis wat de mogelijkheden zijn als het bedrijventerrein of winkelgebied in meer gemeenten is gelegen. In een dergelijk geval kan met alle gemeenten afzonderlijk een uitvoeringsovereenkomst worden gesloten waarop vervolgens per afzonderlijke gemeente een verordening moet worden opgesteld. Er zal dan goede afstemming tussen de betrokken gemeenten moeten plaatsvinden om tot een naar rato gelijke BIZ-bijdrage voor het gehele bedrijventerrein of winkelgebied te komen. Een andere mogelijkheid is het oprichten van een gemeenschappelijke regeling waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld. Aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam kan dan de bevoegdheid worden gedelegeerd om een verordening vast te stellen waarbij een BIZ wordt aangewezen (artikel 10:15 Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 en artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen).

Een ander onderwerp dat niet aan de orde komt in de Wet BIZ en de wetsgeschiedenis is de mogelijkheid van de gemeente om invloed uit te oefenen op de soort activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangewend. De ondernemers kunnen lid zijn van de vereniging dan wel onderdeel uitmaken van het bestuur van de stichting dat de subsidie besteedt en op die manier invloed uitoefenen op de begroting en de te verrichten activiteiten. Dat de subsidie slechts voor het daartoe aangewezen doel mag worden gebruikt moge duidelijk zijn. Of en hoe de gemeente invloed kan uitoefenen op de speelruimte die binnen de doelstelling bestaat is echter niet duidelijk.

Overgangsrecht

De verordeningen waarbij BIZ’s zijn aangewezen op grond van de Experimentwet blijven voortbestaan onder de Wet BIZ na 1 januari 2015 (artikel 9 wet BIZ).

Conclusie

De BIZ-heffing dient zowel het gezamenlijke belang van de ondernemers als het algemene belang. Dit rechtvaardigt de betrokkenheid van de gemeente en de instelling van een belasting. Door voldoende steun van de ondernemers te vereisen voordat een BIZ als zodanig kan worden aangewezen, wordt de ondernemers niet zomaar een belasting opgedwongen maar wordt een samenwerking bevorderd. Instelling van een BIZ-bijdrage biedt een duidelijk afsprakenkader om te komen tot een evenwichtige verdeling van de kosten die door zowel ondernemers als de gemeenten worden gemaakt voor een veilig en aantrekkelijk winkelgebied of bedrijventerrein.