Levert Uber nu eigenlijk informatiediensten of vervoersdiensten? Deze vraag ligt momenteel bij het Hof van Justitie ('Hof'). Het antwoord op deze vraag is van groot belang omdat vervoersdiensten zijn uitgezonderd van de Dienstenrichtlijn en het vrij verkeer van diensten. Indien het Uber-platform kwalificeert als vervoersdienst, zijn de nationale regels van de vervoersbranche in iedere lidstaat van toepassing. Lidstaten kunnen verschillende voorwaarden stellen voor toelating tot het nationaal vervoer van vervoerondernemers, zoals vergunningsplichten.

Prejudiciële procedure In juni 2015 heeft een Spaanse rechter een prejudiciële vraagstellingsprocedure gestart bij het Hof over dit onderwerp. De Spaanse rechter stelde de vraag of het Uber-platform is te kwalificeren als een dienst van de informatiemaatschappij óf als dienst op het gebied van vervoer. De uitkomst van deze prejudiciële procedure is niet alleen van belang voor het voorliggende (Spaanse) dossier, maar kan ook precedentwerking hebben voor andere zaken. In deze procedure heeft de Advocaat-Generaal ('A-G') recent een advies uitgebracht.

Wat is Uber?

Uber is een online platform, te gebruiken via een smartphone app. Gebruikers kunnen via deze app een auto met chauffeur bestellen. De app geeft vervolgens precies aan waar de chauffeur en de klant zich bevinden, zowel voor als tijdens de rit. Van het bedrag dat de chauffeur omzet, houdt Uber een percentage in als commissie voor de geleverde dienst aan de chauffeur, te weten het samenbrengen van vraag en aanbod. De hierboven genoemde Spaanse procedure stamt nog uit de tijd van UberPOP, een dienst van Uber waarbij praktisch iedere particulier met een auto zich kon aanmelden om tegen betaling passagiers te vervoeren. De vordering van de Spaanse Taxibond strekte ertoe Uber de toegang tot de Spaanse markt te weigeren vanwege oneerlijke mededinging.

Het advies van de A-G Volgens de A-G is in het geval van Uber sprake van een uit verschillende componenten bestaande dienst. Enerzijds elektronisch (het verbinden van vraag een aanbod) en anderzijds vervoersmatig (het aanbieden van transport). Om als dienst van de informatiemaatschappij te worden gekwalificeerd moet de elektronische component economisch onafhankelijk zijn van de ander, dan wel de hoofdcomponent zijn van de twee. De A-G meent dat van beide geen sprake is: "Uber doet meer dan enkel het verbinden van vraag en aanbod met betrekking tot het stadsvervoer: zij creëert onder meer zelf het aanbod". Redenen hiervoor zijn onder meer gelegen in:

  • de invloed van Uber op de prijs van het vervoer;
  • de veiligheidseisen ten aanzien van de chauffeurs en voertuigen;
  • de toegankelijkheid van het transportaanbod door chauffeurs aan te moedigen om op bepaalde tijden te werken;
  • de invloed van Uber op het gedrag van chauffeurs middels een beoordelingssysteem.

Volgens de A-G zijn de elektronische en de niet-elektronische componenten onafscheidelijk van elkaar en vormt laatstgenoemde vanuit een economisch perspectief het hoofdbestanddeel. Verder bespreekt de A-G nog enkele verschillen tussen Uber en andere bemiddelingsplatforms, bijvoorbeeld voor het boeken van vliegtickets en hotels.

Kortom, de A-G is van mening dat het Uber-platform kwalificeert als een dienst op het gebied van vervoer, met als gevolg dat de activiteiten van Uber niet worden beheerst door het beginsel van het vrij verkeer van diensten. Nu is het wachten op de uitspraak van het Hof. Veelal volgt het Hof zijn A-G.

UberEATS

Tot slot is het interessant om de argumenten van de A-G toe te passen op een relatief nieuwe dienst van Uber, UberEATS. De hierboven besproken dienst vertoont overeenkomsten met UberEATS, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Een groot verschil is het ontbreken van invloed op de prijs van de gerechten die via de app besteld kunnen worden. De restaurants bepalen immers de prijs, niet Uber.

Het advies van de Advocaat-Generaal op 11 mei (Engels)