​​Op 21 april jl. heeft minister Asscher een aantal aanpassingen van de Wet werk en zekerheid gepresenteerd. Deze aanpassingen hebben betrekking op:

  1. de ketenbepaling in relatie tot seizoensarbeid;
  2. de aanpassing van de transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen als een cao-regeling (met een gelijkwaardige voorziening) van toepassing is;
  3. de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Evaluatie

Met deze aanpassingen komt het kabinet tegemoet aan de klachten van werkgevers over de effecten van de Wwz. In opdracht van het kabinet heeft de Stichting van de Arbeid zich over deze knelpunten gebogen en haar bevindingen op 20 april 2016 aan minister Asscher gestuurd met daarin suggesties voor oplossingen. Vervolgens heeft minister Asscher een aantal van deze aanpassingen voorgesteld aan de Tweede Kamer. Het kabinet, de coalitiepartners en de sociale partners hebben overeenstemming bereikt over de mogelijke oplossingen voor de knelpunten.

Voorstel aanpassingen minister Asscher

i. Seizoensarbeid

De ketenregeling bepaalt wanneer het laatste contract voor bepaalde tijd van rechtswege wordt omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Een werkgever mag maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd overeenkomen met een maximale duur van 24 maanden. Indien er tussen de contracten een tussenperiode van minimaal zes maanden zit begint de ketenregeling opnieuw te lopen. Het voorstel van minister Asscher houdt in dat de tussenperiode van zes maanden in een cao kan worden teruggebracht naar drie maanden voor seizoensarbeid. Er is sprake van seizoensarbeid indien de werknemers 'vanwege klimatologische of natuurlijke omstandigheden' de werkzaamheden slechts maximaal negen maanden per jaar kunnen uitvoeren. Dat betekent dus dat een seizoenswerknemer elk kalenderjaar maximaal 9 maanden kan werken. De verwachting van minister Asscher is dat de aanpassing van de tussenperiode voor seizoensarbeid zal leiden tot meer flexibiliteit bij contracten voor een bepaalde tijd.

ii. Transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen en een cao-regeling

Een werknemer heeft geen recht op de transitievergoeding indien in de cao ​een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Deze gelijkwaardige voorziening kan bijvoorbeeld bestaan uit een eigen vergoedingsregeling, outplacement of scholingsfaciliteiten. Minister Asscher stelt voor om deze regeling aan te passen zodat het mogelijk wordt om bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen in de cao een voorziening te treffen die niet gelijkwaardig is aan de transitievergoeding. Dit kan leiden tot een lagere vergoeding.

iii. Transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid

Tenslotte stelt minister Asscher voor om werkgevers te compenseren die een transitievergoeding verschuldigd zijn bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Met name voor kleinere werkgevers is de betaling van de transitievergoeding na langdurige ziekte een zware last. Het ongewenste gevolg is dat een werkgever 'slapende dienstverbanden' in stand kan houden. Met dit voorstel behoudt de langdurig zieke werknemer zijn recht op de transitievergoeding, maar de werkgever ontvangt hiervoor een compensatie van het UWV. De financiering geschiedt via het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Een gevolg van deze constructie zal zijn dat de premie die werkgevers betalen verhoogd zal moeten worden.

Conclusie

De minister streeft er naar om het voorstel tot aanpassing van de tussenperiode bij seizoensarbeid per 1 juli 2016 in te voeren. De aanpassingen met betrekking tot de transitievergoeding worden opgenomen in een wetsvoorstel dat op 1 januari 2018 in werking zal moeten treden. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting begin 2017 bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.