Op 1 maart jl. heeft de Eerste Kamer de Wet Huis voor klokkenluiders aangenomen. In december 2013 ging de Tweede Kamer al akkoord met de eerste versie van het wetsvoorstel. De Eerste Kamer had echter een aantal bezwaren, waarop de initiatiefnemers eind 2014 een aangepast wetsvoorstel bij de Tweede Kamer hebben ingediend. De wet zal naar verwachting 1 juli 2016 in werking treden.

De Wet Huis voor klokkenluiders introduceert rechtsbescherming voor klokkenluiders en voorziet in de oprichting van een nieuwe instantie, het Huis voor klokkenluiders (het Huis) dat adviseert over en onderzoek doet naar maatschappelijke misstanden. De wet is van toepassing op werknemers en zelfstandigen in zowel de private als de publieke sector. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste aspecten van de wet.

Verplichte klokkenluidersregeling

Werkgevers die in de regel ten minste 50 werknemers in dienst hebben, zijn verplicht een klokkenluidersregeling vast te stellen. Deze regeling moet een aantal verplichte elementen bevatten. Zo moet in de regeling worden opgenomen op welke wijze met de interne melding wordt omgegaan, wanneer er sprake is van een vermoeden van een misstand, bij welke functionaris de misstand gemeld kan worden, dat de werkgever een melding desgevraagd vertrouwelijk zal behandelen, en dat de werknemer de mogelijkheid heeft om een adviseur in vertrouwen te raadplegen. Tevens moet de werkgever informatie verstrekken over de omstandigheden waaronder een vermoeden van een misstand extern gemeld mag worden. De klokkenluidersregeling moet door de ondernemingsraad worden goedgekeurd.

Huis voor klokkenluiders

Het Huis is opgesplitst in een afdeling Advies en een afdeling Onderzoek. Deze afdelingen zijn strikt gescheiden. De afdeling Advies heeft de taak om werknemers te informeren over de stappen die zij kunnen nemen bij het vermoeden van een misstand en door te verwijzen naar bijvoorbeeld (toezichthoudende) instanties. De afdeling Onderzoek kan op verzoek van een werknemer of ambtshalve een onderzoek instellen naar het vermoeden van een misstand. Daarnaast kan de afdeling Onderzoek doen naar de wijze waarop de werkgever zich jegens de werknemer heeft gedragen naar aanleiding van een melding van een vermoeden van een misstand. Na afsluiting van het onderzoek stelt de afdeling Onderzoek een rapport op waarin zij eventueel aanbevelingen aan de werkgever doet. Het rapport kan openbaar worden gemaakt.

De afdeling Onderzoek is bevoegd inlichtingen te vragen en inzage te vorderen van zakelijke stukken. De werkgever (alsmede de onder hem werkzame personen, getuigen en de melder) is verplicht aan het onderzoek mee te werken en is tevens verplicht te verschijnen. Medewerking kan slechts worden geweigerd indien het inlichtingen of stukken betreft waarvan het verstrekken in strijd is met het belang van de nationale veiligheid of een schending van een beroepsgeheim of wettelijk voorschrift oplevert. Ook kan er geweigerd worden indien de persoon zichzelf of zijn bloedverwanten aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen.

Procedure

Het uitgangspunt is dat een vermoeden van een misstand eerst intern gemeld moet worden. Pas nadat het vermoeden niet naar behoren is behandeld, kan een werknemer bij het Huis terecht voor een onderzoek. Alleen als van een melder in redelijkheid niet kan worden gevraagd dat hij het vermoeden van een misstand meldt bij de werkgever kan hij wel direct bij het Huis terecht. Daarnaast zal het Huis (onder andere) geen onderzoek instellen, indien het verzoek kennelijk ongegrond is, het maatschappelijk belang bij het onderzoek dan wel de ernst van de misstand onvoldoende is, of het vermoeden van de misstand primair ter beoordeling staat van een andere instantie (zoals het OM of een toezichthouder) én de betreffende instantie de melding naar behoren behandelt of heeft behandeld.

Rechtsbescherming

Een werknemer die een melding doet van een vermoeden van een misstand (bij de werkgever, het Huis, of een andere bevoegde instantie) mag niet vanwege zijn melding worden benadeeld in zijn rechtspositie. Deze bescherming geldt tijdens en na de behandeling van de melding. Onder benadelingshandelingen worden onder andere verstaan ontslag, overplaatsing, het weigeren van een overplaatsingsverzoek, het onthouden van salarisverhoging of het afwijzen van verlof. Voor een geslaagd beroep op rechtsbescherming moet de melding aan een drietal eisen voldoen. Er moet sprake zijn van een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een misstand, de melding moet ‘te goeder trouw en naar behoren’ zijn gedaan, en de werknemer moet in procedureel en materieel opzicht zorgvuldig hebben gehandeld. Het benadelingsverbod geldt op het moment alleen voor personen werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling, terwijl de wet een breder toepassingsbereik heeft (zoals zzp’ers en stagiaires). De Eerste Kamer heeft de regering daarom verzocht de wet op dit punt nog te wijzigen.