Onlangs verscheen onze annotatie bij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) d.d. 6 juli 2016 (201506936/1/A1) in het tijdschrift Bouwrecht (BR 2016/83).

In deze uitspraak van de Afdeling wordt weer eens mooi geïllustreerd welke rol het vertrouwensbeginsel kan spelen in relatie tot belangen van derden. De uitspraak draait om de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg ten behoeve van een woning. Op de openbare weg, waar de uitrit op uit moet komen, is sprake van een hoge parkeerdruk. Om die reden heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland de omgevingsvergunning meerdere malen geweigerd, tegen welke weigeringen de aanvrager bezwaar en beroep heeft aangetekend.

Al met al ontstond hierdoor een veelvoud aan parallel lopende procedures, die de aanvrager er kennelijk na enige tijd toe noopten op een andere manier uit de impasse te trachten te geraken: hij trad in overleg met het dagelijks bestuur. Dit overleg resulteerde in een afspraak tussen de aanvrager en het dagelijks bestuur die er in grote lijnen op neerkwam dat de aanvrager alle lopende procedures in zou trekken als het dagelijks bestuur hem de gewenste uitwegvergunning zou verlenen. Zo geschiedde het. De aanvrager trok alle lopende (rechtbank)procedures in en de vergunning werd alsnog verleend. De verleende vergunning werd in bezwaar echter weer ingetrokken omdat omwonenden zich beriepen op een uitspraak van de rechtbank, waarin werd geoordeeld dat inderdaad sprake was van een te hoge verkeersdruk ter plaatse. Saillant was dat deze rechtbankuitspraak nu juist onherroepelijk was geworden, omdat de aanvrager zijn hoger beroep tegen de uitspraak had ingetrokken als gevolg van de genoemde afspraak met het dagelijks bestuur.

In de uitspraak wordt ingegaan op de vraag hoe de afspraken die de aanvrager en het dagelijks bestuur hebben gemaakt (en daarmee het vertrouwensbeginsel) zich verhouden tot de plicht om naar aanleiding van ingediende bezwaren een volledige heroverweging uit te voeren.

In onze annotatie gaan wij onder andere in op de relevante jurisprudentie rondom het vertrouwensbeginsel en op welke wijze belangen van derden een rol spelen bij de invulling van dit beginsel. Voorts bespreken wij de risico’s die kleven aan afspraken tussen een aanvrager en het bevoegd gezag aangaande de intrekking van lopende procedures.

U kunt de annotatie hier lezen: Bouwrecht 2016/83.