De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is weer volop in het nieuws. Voor- en tegenstanders vallen over elkaar heen over de uitwerkingen van de wet, ieder naar eigen belang. De waarheid ligt in het midden, maar ingrijpen is noodzakelijk.

WWZ is voortgekomen uit het Sociaal Akkoord dat werkgevers- en werknemersverenigingen in 2013 sloten met minister Asscher. Gelet op de al jaren teruglopende bezettingsgraad van de vakorganisaties was de betrokkenheid van deze partijen bij nieuwe wetgeving vreemd, maar het creëerde voor minister Asscher het gewenste draagvlak om de wet in recordtempo door het wetgevingsproces te loodsen.

De doelstelling van de betrokken partijen bij de WWZ, zo is uitgelegd in de wetsgeschiedenis, is om het ontslagrecht sneller, eerlijker en minder kostbaar te maken. Bovendien diende 'flex minder flex' en 'vast minder vast' te worden. Kortom: de arbeidsmarkt diende dynamischer te worden: 'van baanzekerheid naar werkzekerheid'.

Sneller

Vooralsnog blijkt dat procedures onder de WWZ niet sneller te verlopen. De mogelijkheid om in hoger beroep en zelfs cassatie te gaan maakt bovendien dat het ontslagrecht er geenszins sneller op is geworden.

Eerlijker

De WWZ heeft de verhouding tussen werkgever en werknemer meer in evenwicht gebracht, door tal van maatregelen, maar vooral door invoering van de transitievergoeding. Alle werknemers hebben in geval van ontslag, onafhankelijk van de ontslagroute, nu recht op dezelfde ontslagvergoeding.

Minder kostbaar

Weliswaar is de hoogte van de transitievergoeding lager dan de tot 1 juli 2015 gehanteerde vergoeding conform de kantonrechtersformule, maar voor werkgevers is het lastiger geworden een werknemer te ontslaan. In de onderhandeling over een beëindigingsregeling is de wettelijke transitievergoeding vervolgens niet de norm, maar de ondergrens.

Dynamiek?

Uit de eerste analyses van de rechtspraak blijkt dat het aantal afwijzingen op ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken sinds 1 juli 2015 sterk is toegenomen, terwijl het aantal aanvragen en verzoeken is gedaald. Resultaat is dat werkgevers minder snel geneigd zijn werknemers een vast contract te bieden en hun heil zoeken bij flexwerkers. Gevolg: 'vast wordt vaster' en 'flex meer flex'. Het aantal vaste banen neemt af, het aantal flexplekken neemt in gelijke aantallen toe, met gevolgen voor het scholingsniveau van werknemers en de huizenmarkt.

Conclusie

Het gaat te ver de WWZ als mislukt te bestempelen, de wet heeft zeker goede onderdelen. De gewenste uitwerking wordt echter niet behaald, integendeel. Het ontslagrecht en de arbeidsmarkt zitten meer op slot dan voorheen. Minister Asscher en sociale partners doen er dan ook verstandig aan hierover op korte termijn in overleg te treden voordat de arbeidsmarkt daadwerkelijk vastloopt.