Op 14 maart 2017 heeft het Europees Hof van Justitie (“Hof”) uitspraak gedaan in twee zaken waarin steeds het dienstverband van een werkneemster werd beëindigd wegens het dragen van een hoofddoek. Het oordeel houdt in dat werkgevers, werknemers niet zondermeer mogen ontslaan wegens het dragen van een hoofddoek. Dit komt overeen met regelgeving neergelegd in de Nederlandse Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Het Hof begrijpt wel, dat een neutrale uitstraling van werknemers belangrijk kan zijn voor een werkgever. In geval van een dergelijk verbod binnen een bedrijf moeten deze regeling(en) wel betrekking hebben op alle zichtbare politieke, filosofische en religieuze uitingen. Indien de regels niet op alle werknemers van toepassing zijn, kan er sprake zijn van indirecte discriminatie. De Nederlandse rechter of het College voor de Rechten van de Mens kunnen onderzoeken of een dergelijk geval zich voordoet en beoordelen of er voor de benadeling een goede rechtvaardiging bestaat.