Alliander handelt niet in strijd met de Elektriciteitswet 1998 door de activiteiten van HOOM, MPARE en EXE. De ACM kwam tot dit oordeel naar aanleiding van een klacht dat Alliander met die activiteiten handelde in strijd met het verbod op nevenactiviteiten van artikel 17 van de Elektriciteitswet 1998.

HOOM geeft advies over maatregelen om energie te besparen en begeleidt bij de uitvoering van de energiebesparende maatregelen. MPARE biedt een platform waarop energiedata van afnemers worden verzameld. Deze data wordt vervolgens verstrekt aan dienstverleners aan die afnemers.

EXE stelt leveranciers in staat om decentrale productie en verbruik op elkaar af te stemmen door rechtstreekse uitwisseling van elektriciteit.

Artikel 14 van de Elektriciteitswet 1998 verbiedt bedrijven die onderdeel uitmaken van een groep waarvan ook een netbeheerder deel uitmaakt, om activiteiten uit te voeren die strijdig zijn met het belang van de uitvoering van de wettelijke taken van de netbeheerder. Daarvan kan sprake zijn ingeval van voor een netwerkbedrijf wezensvreemde of branchevreemde activiteiten. In de wetsgeschiedenis wordt als voorbeeld van branchevreemde activiteiten genoemd: het exploiteren van strandtenten. Daarmee is beoogd om synergievoordelen binnen een multi-utility netwerkbedrijf zoveel mogelijk te laten voortbestaan.

ACM komt dan ook tot het oordeel dat de activiteiten van HOOM, MPARE en EXE bijdragen aan een betrouwbare, duurzame energiehuishouding, zoals bedoeld in de wetsgeschiedenis bij de Elektriciteitswet 1998. Met betrekking tot HOOM en EXE besluit ACM dat de klacht moet worden afgewezen. Met betrekking tot MPARE komt ACM niet tot een finaal besluit omdat de klager niet in concurrentie treedt met MPARE en derhalve niet kan worden aangemerkt als een belanghebbende die een klacht kon indienen.