Op 27 juli jl. is de Wijzigingswet financiële markten 2018 ter consultatie gepubliceerd. In deze nieuwsbrief zullen wij ingaan op de belangrijkste wijzigingen uit dit wetsvoorstel.

Invoering goedkeuringsvereiste 403-garantieverklaring

Financiële ondernemingen die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank (DNB) worden onderworpen aan de verplichting om een voorafgaande verklaring van geen bezwaar te hebben met betrekking tot het afgeven van 403-verklaringen en soortgelijke concerngaranties. Dit zal worden geregeld in de nieuwe afdeling 3.6.6 “Verklaringen van aansprakelijkstelling”. Deze afdeling zal ook op verzekeraars van toepassing zijn.

Het geven van een concerngaranties kent naast voordelen ook nadelen. Een nadeel kan zijn dat de concerngarantie de solvabiliteit van de moeder ondermijnt. Ten tweede kan het afgeven van een garantie negatieve gevolgen hebben op macro-prudentieel terrein, wat kan leiden tot ongewenste ontwikkelingen binnen de financiële sector als geheel. In de derde plaats kan er door een concerngarantie binnen de groep grote verwevenheid bestaan, waardoor de afwikkelbaarheid onevenredig wordt aangetast. Het zijn deze voornoemde nadelen die tot de invoering van een goedkeuringsvereiste hebben geleid.

De nieuwe afdeling dient tevens ter aanvulling van leemtes in Europese regelgeving. In de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) is bijvoorbeeld een toestemmingsplicht opgenomen met betrekking tot overeenkomsten tot het verlenen van financiële steun binnen een groep. Deze regeling geldt echter slechts voor banken en beleggingsondernemingen (niet tevens verzekeraars) en strekt zich niet uit tot het verlenen van (eenzijdige) garanties zoals de hiervoor besproken 403-verklaringen.

Voorwaarden voor goedkeuring

  • Redelijkerwijs mag worden verwacht dat de garantie de liquiditeit of solvabiliteit van de entiteit die zich garant stelt in de nabije toekomst niet in gevaar brengt;
  • Redelijkerwijs mag worden verwacht dat de garantie in de nabije toekomst geen bedreiging inhoudt voor de financiële stabiliteit;
  • De garantie mag de afwikkelbaarheid van de groepsentiteit die steun verleent niet ondermijnen.

De goedkeuring wordt gegeven door DNB, tenzij de Europese Centrale Bank (ECB) in diens plaats treedt op grond van artikel 3:1a Wft. Voor de wijze van toestemming of goedkeuring wordt aansluiting gezocht bij artikelen 3:300 Wft e.v. voor het verlenen van financiële steun. Deze artikelen vloeien voort uit de implementatie van de BRRD. Garantieverklaringen die zijn afgegeven voor de inwerkingtreding van deze wet, zullen niet onder de goedkeuringsvereiste vallen. Slechts nieuwe gevallen zijn goedkeuringsplichtig.

In het geval dat een garantieverklaring wordt verstrekt zonder goedkeuring, is de verklaring nietig. Dit geldt alleen indien de entiteit die de verklaring heeft afgelegd onder toezicht van de DNB staat, doordat zij haar zetel in Nederland heeft.

Concentratie van bank- en effectenzaken bij rechtbank Amsterdam

In de Wijzigingswet financiële markten 2015 was een nieuw artikel 1:23a Wft opgenomen waarin was bepaald dat rechtbank Amsterdam de exclusieve bevoegdheid kreeg voor de behandeling van civiele procedures in de zin van artikel 5:1 Wft. Dit artikel is niet in werking getreden. Het wetsvoorstel werkt deze bepaling verder uit, waarin onder meer de consumentenbescherming wordt geregeld.

Verbod op derdenbeslag onder DNB

De DNB heeft onder andere de wettelijke taak heeft om de goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen. Dit kan belemmerd worden wanneer er conservatoir of executoriaal derdenbeslag wordt gelegd onder DNB. Derdenbeslag op rekeningen die bij DNB ten behoeve van het betalingsverkeer worden aangehouden, wordt daarom niet langer toegestaan. Het verbod zal worden opgenomen in artikel 436 en 703 Rv.

Wijzigingen Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

De algehele uitzondering op het bonusplafond (uit de richtlijn kapitaalvereisten: CRD IV) zal voor drie bepaalde financiële ondernemingen worden ingeperkt in artikel 1:121 Wft.

Momenteel zijn beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s en beleggingsondernemingen die alleen voor eigen rekening en risico handelen uitgezonderd van het bonusplafond. De wijziging houdt in dat de beloningsvereisten ook van toepassing zullen zijn op dochterondernemingen van de hiervoor genoemde financiële ondernemingen die niet onder de CRD IV vallen, indien er geen specifieke beloningsvereisten zijn geregeld in sectorale regelgeving en deze niet van toepassing zijn op deze dochterondernemingen. Dit betekent dat het bonusplafond alsnog op de uitgezonderde financiële ondernemingen van toepassing kan zijn, indien zij zich binnen een groep bevinden waarop geconsolideerd toezicht conform de CRD IV van toepassing is. Deze uitzondering wordt ook ingeperkt voor andere groepen waarop prudentieel geconsolideerd toezicht van toepassing is.

In het wetsvoorstel wordt ook voorzien in een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen aan de definitie “vaste beloning” en mogen toezichthouders nadere regels stellen voor openbaarmakings- en publicatieverplichtingen. Daarnaast wordt de wijze waarop de variabele beloning conform artikel 1:126 Wft mag worden aangepast verduidelijkt: uitdrukkelijk wordt opgenomen dat aanpassing van de variabele beloning mag leiden tot ophoging van de aanvankelijk toegekende variabele beloning.

Verlengen beslistermijn aanvraag bankvergunning

In het wetsvoorstel wordt in een nieuwe artikel 1:102 lid 6 Wft de wettelijke beslistermijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag van een bankvergunning verlengd van 13 naar 26 weken. Uit de praktijk blijkt namelijk dat de toezichthouder vaak aanvullende informatie verlangt van de aanvrager, wat ervoor zorgt dat de beslistermijn wordt opgeschort. De beslistermijn van 13 weken wordt hierdoor veelal overschreden. Door een termijn van 26 weken aan te houden, wordt er een realistischer beeld gegeven van de duur van de vergunningaanvraag.

Gebruik informatiesysteem DUO inzake beroepskwalificaties door de AFM

De AFM houdt toezicht op de naleving van de vakbekwaamheidseisen, zoals beschreven in artikel 4:9 lid 2 Wft. Momenteel gebeurt dit door informatieverzoeken naar de financiële dienstverlener te sturen met betrekking tot medewerkers die onder haar verantwoordelijkheid mogen adviseren en over welke producten zij mogen adviseren.

Door gebruik te maken van het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties van DUO kan dit proces effectiever en efficiënter worden uitgevoerd. De AFM kan een informatieverzoek indienen bij DUO op basis van een BSN.

Inzet depositogarantiestelsel voor financiering deposito-overdracht

DNB krijgt de bevoegdheid om een bedrag ten laste van het depositogarantiestelsel beschikbaar te stellen voor de financiering van een overdracht van (een gedeelte van) deposito-overeenkomsten die worden aangehouden bij een bank die in de noodregeling of faillissement wordt geplaatst (zie artikel 11 lid 6 van de richtlijn depositogarantiestelsels). Dit zal worden opgenomen in een nieuwe paragraaf 3.5.6.1c in de Wft.

DNB mag pas besluiten tot financiering van een private overdracht van deposito-overeenkomsten indien depositohouders als gevolg daarvan niet in een slechtere positie worden gebracht dan indien het depositogarantiestelsel zou zijn toegepast. Indien niet zeker is dat aan deze voorwaarden zal worden voldaan, dan gaat DNB over tot het doen van rechtstreekse uitkeringen aan de depositohouders onder het depositogarantiestelsel.

Wijzigingsbesluit financiële markten 2017

Op 1 juli 2017 zal het Wijzigingsbesluit financiële markten 2017 in werking treden. Hierna zal worden ingegaan op de belangrijkste wijzigingen uit dit besluit.

Verschaffen van provisies vanaf een beleggingsrekening

In artikel 86c van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) is een verbod op provisies opgenomen die (middellijk) door de aanbieder aan de adviseur of bemiddelaar voor de advisering en bemiddeling inzake onder andere betalingsbeschermers, complexe producten en hypothecaire kredieten worden betaald. Alleen provisies die rechtstreeks door de klant aan de adviseur of bemiddelaar worden betaald, zijn toegestaan. Er zijn beleggingsondernemingen die financiële dienstverleners die op grond van artikel 11 lid 1 en 2 Vrijstellingsregeling Wft zijn vrijgesteld van artikel 2:96 Wft (“nationaal regime”), de mogelijkheid bieden om de provisie die de klant aan hen moet betalen, te laten betalen vanaf de door de beleggingsonderneming beheerde beleggingsrekening. Deze provisieconstructie wordt middels het wijzigingsbesluit expliciet uitgesloten in artikel 86c lid 4 onderdeel b BGfo, omdat het ongewenste sturing en daarmee een ongelijke speelveld zou creëren tussen aanbieders van verzekeringen met een vermogensopbouwdeel en aanbieders van bankspaarproducten enerzijds en beleggingsondernemingen die diensten aanbieden voor vermogensopbouw anderzijds.

Uitbreiding vakbekwaamheidsvereiste Wft voor adviseren over een algemeen pensioenfonds en het vrijwillig aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds.

In het diplomaoverzicht in tabel 2 bij artikel 10 BGfo wordt ook de pensioenadviseur opgenomen. De ratio hierachter is dat een pensioenadviseur ook dient te beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om de verschillende pensioenproducten met elkaar te kunnen vergelijken en te komen tot een passend advies.

Geautomatiseerd advies

In het nieuwe artikel 32b BGfo worden de vereisten van geautomatiseerd advies geregeld. Bij geautomatiseerd advies wordt de aanbeveling van een of meer specifieke financiële producten aan een bepaalde consument of cliënt (advies) gegeven zonder tussenkomst van een natuurlijk persoon (bijvoorbeeld via internet). De mate van consumentenbescherming wordt gelijk getrokken met de bescherming bij advisering door een natuurlijk persoon. Ook dient het geautomatiseerde advies regelmatig, althans periodiek, te worden geactualiseerd.