Op 10 september 2015 is de Beleidslijn Tijdelijke Natuur in de Staatscourant gepubliceerd. Deze beleidslijn heeft als doel om tijdelijk op (bouw)gronden natuur te creëren. De beleidslijn moet daarmee kansen voor zowel natuur als het bedrijfsleven bieden. De essentie van tijdelijke natuur is dat vooraf, voordat de tijdelijke natuur zich ontwikkelt, ontheffing wordt verleend voor het later weer ruimen van die tijdelijke natuur.

Wat is het probleem?

Grondeigenaren met ontwikkelplannen proberen de vestiging van beschermde plant- en diersoorten op hun toekomstige bouwterreinen te voorkomen om te vermijden dat ze in de toekomst vergunningen of ontheffingen op grond van natuurwetgeving nodig hebben. Het zou zowel de natuur als de omgeving ten goede komen als zich op deze braakliggende terreinen wel – zelfs als het maar tijdelijk is – natuur zou kunnen vestigen. Het gaat in potentie om meer dan 40.000 hectare aan tijdelijke natuur.

Wat is de oplossing?

Het verschaffen van zekerheid aan de terreineigenaren dat ze nieuw te vestigen beschermde soorten probleemloos mogen verwijderen op het moment dat de schop de grond in moet. Totdat de nieuwe bestemming wordt gerealiseerd, laat de eigenaar het terrein braak liggen, zodat spontane natuurontwikkeling kan plaatsvinden. Hiervoor kan de eigenaar op voorhand een ‘ontheffing tijdelijke natuur’ aanvragen.

Win-win-situatie?

Ook bij tijdelijke natuurterreinen is – aldus de beleidslijn – de winst voor de natuur permanent, omdat zaden en jonge dieren zich vanuit een tijdelijk natuurgebied naar de omgeving zullen verspreiden. Voor grondeigenaren biedt de aanpak winst omdat ze geen ‘natuurwerend’ beheer meer hoeven te voeren en omdat ze op het moment dat de schop de grond in moet, geconfronteerd worden met natuurwetgeving.

Welke terreinen komen in aanmerking?

De beleidslijn is bedoeld voor terreinen die tijdelijk niet conform de bestemming worden gebruikt, bijvoorbeeld terreinen die:

  • volgens het bestemmingsplan een andere bestemming hebben, maar waarvan de bestemming voorlopig niet gerealiseerd wordt en;
  • terreinen waarvan nu al bekend is dat de bestemming zal gaan veranderen, omdat een bestemmingswijziging aanstaande is;

Voorwaarde is wel dat het terrein minimaal één voortplantingsseizoen (maart tot en met september) beschikbaar is voor tijdelijke natuur.

Hoe werkt de beleidslijn precies?

Op het moment dat de schop in de grond gaat, wordt de natuur actief vernietigd. Dit is in beginsel verboden op grond van de Flora- en faunawet en soms ook de Natuurbeschermingswet 1998.

Wat is de definitie van tijdelijke natuur?

De beleidslijn bevat een definitie van Tijdelijke Natuur. Daarvan is sprake als aan de volgende eisen is voldaan:

  1. De uiteindelijke bestemming van het terrein ligt vast dan wel de bestemming is duidelijk.  

Overtuigend aangetoond moet worden dat de bestemming gaat veranderen en dat daarover geen discussie meer is. Dit is het geval als de bestemming vastligt in een bestemmingsplan, maar de bestemming kan ook zijn vastgelegd in bijvoorbeeld een provinciale structuurvisie.

  1. De uiteindelijke bestemming is nog niet gerealiseerd.      

Natuurwaarden die zich ontwikkelen in een bestaande woonwijk of in een bestaand agrarisch gebied worden niet aangemerkt als tijdelijke natuur.

  1. De uiteindelijke bestemming is in de regel niet natuur.

Een uitzondering wordt gemaakt voor terreinen die wel de uiteindelijke bestemming natuur hebben, maar die om enigerlei reden nog niet definitief als zodanig kunnen worden ingericht.

  1. Er vindt spontane natuurontwikkeling plaats.

Voorwaarde is dat er spontane (of op beperkte schaal geleide) natuurontwikkeling plaats vindt tussen het moment dat (vooraf) ontheffing is verleend en het moment van daadwerkelijke realisatie van de uiteindelijke bestemming.

  1. De natuur krijgt minimaal één jaar de tijd om zich te ontwikkelen.  

Deze termijn kan langer zijn omdat niet in elk jaargetijde tijdelijke natuur opgeruimd kan worden. en

  1. Aan noodzakelijke compensatievoorwaarden is voldaan of juridisch afdoende vastgelegd is hoe dat zal gebeuren.

 

Wat zijn de voorwaarden van een ontheffing tijdelijke natuur?

In de beleidslijn zijn verder de volgende voorwaarden voor ontheffingverlening opgenomen:

  1. Onderzoek naar bestaande natuur.                                   

Reeds aanwezige natuur valt niet onder de beleidslijn. Daarom moet er vooraf een inventarisatie van de alle in het gebied voorkomende beschermde soorten plaatsvinden. De resultaten daarvan moeten worden vastgelegd. De aanvrager van de ontheffing voor tijdelijke natuur moet bovendien garanderen dat aan alle wettelijke verplichtingen voor die al aanwezige beschermde soorten zal worden voldaan, alvorens ontheffing voor tijdelijke natuur kan worden verleend.

  1. Aanvraag door één of meerdere grondeigenaren.            

Zowel een individuele grondeigenaar als een groep van grondeigenaren kan een ontheffing aanvragen.

  1. Voor de beoordeling van aanvragen wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende biogeografische regio’s in Nederland.   

In de bijlage bij de beleidslijn is aan elke biogeografische regio een soortenlijst gekoppeld met alle soorten die in de desbetreffende regio kunnen voorkomen. In de te verlenen ontheffing kan voor de soorten waarop de ontheffing van toepassing is worden verwezen naar die biogeografische kaart met soortenlijst. Dit betekent dat aanvragers van ontheffing niet langer zelf een inschatting hoeven te maken van welke soorten zich mogelijk in tijdelijke natuur zullen kunnen vestigen. Eventuele toekomstige aanpassingen van de kaart en lijst zullen worden gepubliceerd in de Staatscourant.

  1. Looptijd van de ontheffing.     

De ontheffing heeft in beginsel een looptijd van maximaal 10 jaar. Dit komt overeen met het uitgangspunt dat een bestemmingsplan ook iedere 10 jaar wordt hernieuwd. Als de niet gerealiseerde bestemming opnieuw wordt vastgelegd kan ook de geldigheidsduur van de ontheffing worden verlengd.

  1. Monitoring en inventarisatie.    

Een jaar voor het aflopen van de ontheffing of voor het opruimen van het tijdelijke natuurterrein moet geïnventariseerd worden welke soorten aanwezig zijn zodat de juiste zorgplichtmaatregelen kunnen worden getroffen. De monitoring hoeft alleen overlegd te worden bij het bevoegd gezag als er een verlengingsaanvraag wordt ingediend.

  1. Ontheffingsvoorschrift: zorgplicht 

Bij het opruimen van de natuur zal op zorgvuldige wijze te werk gegaan moeten worden en moet schade aan planten en dieren redelijkerwijs zoveel mogelijk worden voorkomen. Als voorbeeld wordt gegeven dat gestart wordt met de werkzaamheden buiten het broedseizoen en dat het opruimen plaatsvindt onder begeleiding van een deskundig ecoloog.

  1. Geen beheer en inrichting van tijdelijke natuur.    

Zoals gesteld gaat het om spontane natuurontwikkeling. Tijdelijke natuur vraagt daarom in beginsel geen inrichting, gebruik en/of beheer. Het gebied mag wel aantrekkelijk worden gemaakt voor dieren, planten en recreanten mits hierbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de natuurlijke potentie van het gebied. Het is niet de bedoeling om ingrijpende maatregelen te treffen om een tijdelijk natuurgebied in te richten of te beheren.

  1. Tijdelijke natuur is in principe ook gebruiksnatuur. 

Met toestemming van de eigenaar, is het betreden van het terrein toegestaan. Recreatie mag de (ontwikkeling van) biodiversiteit niet in de weg staan. Intensief gebruik (zoals evenementen of tijdelijk parkeerterrein) past niet binnen het concept tijdelijke natuur.

Van natuurwerend naar natuurminnend beheer?

Deze beleidslijn tijdelijke natuur is een vervolg op de ‘pilot tijdelijke natuur’ uit 2009. Er is tot nu toe weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om vooraf ontheffing aan te vragen.

Een bekend voorbeeld is de Haven Amsterdam. Bij die pilot ontstond tussen de haven en de minister discussie over de vraag voor welke soorten ontheffing nodig was: de haven wilde voor meer soorten ontheffing dan de minister wilde verlenen. Dit resulteerde in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2544).

De vrees om voor onvoldoende soorten vooraf ontheffing te krijgen droeg niet bij aan de bereidheid om tijdelijke natuur te willen realiseren. Deze beleidslijn probeert hieraan tegemoet te komen door met kaarten en soortenlijsten aan te geven voor welke soorten vooraf ontheffing kan worden verkregen. Als in de ontheffing in algemene zin wordt verwezen naar deze lijsten, is dit een belangrijke verbetering. Onduidelijk is mij nog of sprake zal zijn van een zogenaamde dynamische verwijzing, waardoor altijd naar de laatste versie van de lijst wordt verwezen. In dat geval zou na 10 jaar de natuur worden opgeruimd op basis van de lijst die op dat moment geldt en niet naar de lijst die 10 jaar geleden gold.

Met de beleidslijn tijdelijke natuur wordt een lovenswaardige stap gezet om braakliggende terreinen goed te benutten door tijdelijke natuur mogelijk te maken. Nu is het aan de grondeigenaren: wie durft het aan om van deze mogelijkheid gebruik te maken en ontheffing aan te vragen?