Voor de uitbreiding van een hotel is een vergunning onder de Natuurbeschermingswet 1998 verleend, waarmee 0,68 hectare foerageergebied van de zwarte specht verloren gaat. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak is ten onrechte geen passende beoordeling gemaakt, omdat de instandhoudingsdoelstelling van de vogelsoort nog niet is behaald en dus niet op basis van objectieve gegevens vaststaat dat geen significante gevolgen optreden.

De Nbw-vergunning voor de uitbreiding

De beoogde uitbreiding van het hotel betreft de bouw van een nieuwe vleugel en de uitbreiding van de parkeerplaats. Deze uitbreiding vindt plaats in het Natura 2000-gebied Veluwe. Door de uitbreiding verdwijnt 0,68 hectare van het foerageergebied van de zwarte specht. Het Natura 2000-gebied heeft een doelstelling van 400 paren zwarte spechten, welke doelstelling thans nog niet is behaald. Voor de uitbreiding is door het college van de provincie Gelderland een vergunning onder de Natuurbeschermingswet 1998 (“Nbw”) verleend, zonder een passende beoordeling. Oftewel, de aanname was dat het verdwijnen van het foerageergebied geen aantasting van de draagkracht van het gebied voor de zwarte specht zou hebben en significante gevolgen voor het gebied daarom waren uitgesloten.

Ten onrechte geen passende beoordeling

De Afdeling acht echter niet op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat geen significante gevolgen optreden, juist doordat in het gebied minder dan 400 paren zwarte spechten aanwezig zijn. Er had dan ook een passende beoordeling moeten worden verricht voordat de Nbw-vergunning kon worden verleend. Ter zitting is door het college gesteld dat de gegevens die aan de vergunningverlening ten grondslag liggen moeten worden aangemerkt als een passende beoordeling.

Het wel verrichte onderzoek voldoet niet als passende beoordeling

De Afdeling concludeert dat het gedane onderzoek niet voldoet als passende beoordeling. Daarbij wordt eerst overwogen dat een gebied ook voldoende draagkracht kan hebben voor de instandhoudingsdoelstelling als deze doelstelling nog niet is behaald. Oftewel, het college moet onderzoeken of het Natura 2000-gebied ook na het verdwijnen van het foerageergebied nog afdoende draagkracht heeft om de doelstelling van 400 paren te halen.

Uit het verrichte onderzoek blijkt enkel dat het te verdwijnen gebied slechts matig geschikt is, een relatief onbelangrijk gebied is in vergelijking tot andere foerageergebieden en derhalve het verdwijnen geen gevolgen heeft. De Afdeling gaat hier niet in mee en stelt vast dat ook het te verdwijnen gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied op basis van ecologische criteria. Met de aangevoerde aspecten is volgens de Afdeling niet komen vast te staan dat het betrokken gebied geen bijdrage meer kan leveren aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de zwarte specht. Daarbij blijkt dat het bepaalde gemiddelde aantal zwarte spechten over de periode 2003-2014 miskend dat in de laatste jaren een lager gemiddeld aantal is vastgesteld en geen sprake is van een stabiele populatie noch van een positieve trend. Ook de verwijzing van het college naar mogelijke positieve gevolgen van een beheerplan kan niet baten, aangezien dit niet voldoende is onderbouwd. Het wel verrichte onderzoek voldoet dus niet om aan te merken als een passende beoordeling en de vergunning wordt vernietigd.

Vergunningverlening zonder passende beoordeling kan wel

Vergunningverlening onder de Nbw kan zonder passende beoordeling, mits op grond van objectieve verifieerbare gegevens, verkregen uit (nader) onderzoek, significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake als enkel een getalsmatige grens wordt gebruikt voor de stelling dat significante gevolgen zijn uit te sluiten. Uit de hier gesignaleerde uitspraak volgt vervolgens dat bij een afname van foerageergebied van een soort onder de gestelde doelstelling ook niet snel vergunningverlening zonder passende beoordeling mogelijk is.