​Het lijkt voor velen een uitgemaakte zaak: het gooien van een stanleymes naar een collega betekent een ontslag op staande voet. Een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland bewees echter het tegendeel.

Wat was er aan de hand?

Op 28 juli 2015 was de werknemer in kwestie aan het werk toen een collega hem verzocht een pallet te ontdoen van het plastic folie. Toen de​ werknemer dit verzoek weigerde, begon de collega zelf met het verwijderen van het folie. Hierop werd de werknemer kwaad en gooide de werknemer vervolgens een stanleymes richting zijn collega. Het stanleymes vloog, volgens de collega, rakelings langs zijn schouder. Hierop werd de werknemer op staande voet ontslagen.

Het oordeel

De werknemer vocht dit ontslag aan bij de kantonrechter. De werknemer erkende weliswaar dat hij het stanleymes gegooid had, maar betwistte dat hij dit stanleymes in de richting van zijn collega gooide en dat dit stanleymes geopend was. De kantonrechter ging mee in dit verhaal. Bovendien vond de rechter dat de collega onnodig voor een vervelende situatie had gezorgd, nu niet was gebleken waarom het folie meteen verwijderd moest worden en waarom de collega, die werkzaam was als administratieve kracht, vervolgens zelf het folie ging verwijderen. Tot slot overwoog de kantonrechter dat: "de werkgever nou eenmaal voor lief moet nemen dat door werknemers in lagere rangen anders met irritaties wordt omgegaan dan door werknemers in hogere functies."

Ontslag op staande voet

Wanneer een rechter zich buigt over de vraag of een ontslag op staande voet gegeven had mogen worden, moet hij beoordelen of er een dringende reden voor ontslag is en of het ontslag gerechtvaardigd is. Hierbij kijkt de rechter niet alleen naar de aard en de ernst van het gedrag, maar tevens naar de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij blijkt uit bovenstaande uitspraak dat de rechter rekening kan houden met de rang en functie van de werknemer.

Wwz

Op grond van de Wwz is de wijze waarop partijen na het ontslag op staande voet het einde van de arbeidsovereenkomst aan kunnen vechten veranderd. Voorheen kon de werknemer het ontslag buitengerechtelijk vernietigen door het sturen van een brief aan de werkgever waarin de werknemer veelal doorbetaling van loon en tewerkstelling vorderde. Op grond van de nieuwe wetgeving dient een werknemer echter een procedure bij de kantonrechter te starten indien hij het ontslag op staande voet wil vernietigen. Het verzoek hiertoe moet binnen twee maanden na het moment van het ontslag worden ingediend. De werkgever kan, na de werknemer op staande voet te hebben ontslagen, de kantonrechter alvast verzoeken om voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Onder de Wwz zal het voor beide partijen langer duren voordat zij zekerheid hebben omdat in beide procedures de mogelijkheden van (hoger) beroep en cassatie aanwezig zijn.