Een vergunning van rechtswege is een vergunning die wordt geacht te zijn verleend omdat niet (tijdig) een besluit tot vergunningverlening is genomen. Bij het uitblijven van een reactie wordt de aanvraag geacht te zijn gehonoreerd op basis van de zogenaamde lex silencio positivo (“LSP“). Het besluit ‘ontstaat’ vanwege het feit dat bepaalde wettelijke criteria zijn vervuld. Dit wordt ook wel de fictieve positieve beschikking genoemd.

De kern van de LSP is er in gelegen dat als een bestuursorgaan niet tijdig op een aanvraag om een beschikking reageert, de beschikking van rechtswege wordt gegeven. Dit volgt uit artikel 4:20b van de Awb.

Awb: in beginsel LSP niet van toepassing, tenzij dit bij wettelijk voorschrift is bepaald

De regeling van de LSP is opgenomen in paragraaf 4.1.3.3. van de Awb. Volgens deze regeling is de LSP enkel van toepassing als dit in een wettelijk voorschrift is bepaald.  Een voorbeeld van een wettelijk voorschrift waarin dit is bepaald is artikel 3.9 van de Wabo. De Wabo voorziet in een vergunningenstelsel (zgn. omgevingsvergunning) voor activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Door artikel 3.9 Wabo geldt de LSP voor de meeste aanvragen om een omgevingsvergunning. De regeling van de LSP is dus in beginsel niet  van toepassing, tenzij dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

Dienstenwet: bij dienstenvergunningen LSP in beginsel wel van toepassing, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald

Dit ligt anders bij vergunningen voor diensten (wegens de brede definitie van een dienst, vallen hier veel vergunningen onder). In artikel 28 van de Dienstenwet is namelijk bepaald dat de LSP regeling van de Awb altijd van toepassing is op dienstenvergunningen, tenzij dit bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Een voorbeeld biedt artikel 45 van de Monumentenwet (opgravingsvergunning). In dit artikel is bepaald dat in afwijking van artikel 28 Dienstenwet de LSP niet geldt voor een bepaalde dienstenvergunning. De regeling van de LSP is dus in beginsel wel  van toepassing op dienstenvergunningen, tenzij dit bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Uitzondering: Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

In artikel 3:10 lid 4 van de Awb is bepaald dat de LSP niet van toepassing is, als een beschikking met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wordt voorbereid. Overigens kunnen ook in de specifieke wettelijke bepalingen waarin de LSP juist wel (bij reguliere vergunningen) of niet (bij dienstenvergunning) van toepassing wordt verklaard uitzonderingen van het bepaald in paragraaf 4.1.3.3. worden gemaakt.

Enkele procedurele punten

  • De dwangsomregeling bij niet tijdig beslissen is nooit van toepassing op een vergunning die van rechtswege wordt verleend;
  • Voor het niet tijdig bekend maken van de vergunning die van rechtswege is verleend kan een bestuursorgaan wel dwangsommen verbeuren, mits het hiervoor in gebreke is gesteld. Tijdig wil zeggen binnen twee weken nadat de beschikking van rechtswege is verleend;
  • Derden worden op reguliere wijze tegen een van rechtswege verleende beschikking beschermd. Zij kunnen op dezelfde wijze tegen een van rechtswege verleende beschikking opkomen, als tegen een beschikking die op reguliere wijze is verleend. Dat wil zeggen dat bezwaar kan worden gemaakt. De bezwaartermijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
  • De van rechtswege verleende beschikking treedt pas op de derde dag na afloop van de beslistermijn in werking;
  • Een vergunning van rechtswege kan verstrekkende gevolgen hebben. Daarom is in artikel 4:20e Awb bepaald dat voorschriften die op grond van de wet of regelgeving gewoonlijk aan bepaalde vergunning worden verbonden ook deel uitmaken van een van rechtswege verleende vergunning. Een voorbeeld biedt ABRvS 30 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4033, waarin de Afdeling oordeelde dat aan een van rechtswege verleende gebruiksvergunning op grond van artikel 4:20e Awb brandveiligheidsvoorschriften uit de beleidsregels van de desbetreffende gemeente waren verbonden.
  • Daarnaast kan een bestuursorgaan op grond van artikel 4:20f Awb binnen zes weken alsnog voorschriften aan de van rechtswege verleende vergunning verbinden of de vergunning intrekken. Het bestuursorgaan is in dat geval wel verplicht de hierdoor ontstane schade te vergoeden. Hierbij kan gedacht worden aan schade die ontstaat doordat toepassing wordt gegeven aan artikel 4:20f Awb op het moment dat degene die de van rechtswege vergunning heeft gekregen al is begonnen met de activiteiten die daarmee zijn vergund.

Stappenplan voor de praktijk

Om snel te beoordelen of een vergunning van rechtswege verleend is kan het volgende stappenplan doorlopen worden. Let wel, dit stappenplan biedt enkel een hulpmiddel om vast te stellen of een vergunning van rechtswege is verleend.

Click here to view image.

Een blik in de toekomst

Zoals wij al kort aanhaalden geldt op dit moment de LSP voor omgevingsvergunningen verleend op grond van de Wabo. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen. Zie daarvoor het blogbericht: “Geen vergunning van rechtswege in de Omgevingswet“.

Meer informatie