Advocaat-Generaal Kokott (A-G) van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) heeft op 20 mei conclusie gewezen in de zaakFiscale Eenheid X. Deze procedure draait om de uitleg van de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Onder de Europese btw-richtlijn is het beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds vrijgesteld van btw. De A-G is van mening dat een vennootschap die enkel belegt in onroerende zaken kan kwalificeren als “gemeenschappelijk beleggingsfonds” en dat de feitelijke exploitatie van deze onroerende zaken kan kwalificeren als “beheer”. De btw-vrijstelling kan volgens de A-G in beginsel ook worden toegepast op het beheer van een vastgoedfonds.

Feiten en procesverloop

Fiscale Eenheid X is een pensioenuitvoerder en vermogensbeheerder. Zij beheert onder meer een aantal vennootschappen van wie het vermogen is belegd in onroerende zaken. Om deze onroerende zaken zo goed mogelijk te laten te laten renderen exploiteert X deze onroerende zaken. Zij zoekt bijvoorbeeld naar geschikte huurders en laat waar nodig onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.

De Belastingdienst meent dat de werkzaamheden die Fiscale Eenheid X uitvoert niet onder de vrijstelling kunnen vallen. De Hoge Raad twijfelde over de invulling van de vrijstelling en heeft het Hof gevraagd om uitleg. Met het advies van de A-G in het achterhoofd moet het Hof zich nu buigen over de vraag of een vennootschap wier vermogen enkel bestaat uit onroerende zaken kan kwalificeren als een “gemeenschappelijk beleggingsfonds”. Een tweede aspect betreft de vraag of het vrijgestelde beheer ook kan omvatten de exploitatie van deze onroerende zaken zelf (d.w.z. de assets van de fondsen). De A-G heeft het volgende gesteld.

Is een onroerend goed vennootschap een "gemeenschappelijk beleggingsfonds"?

De A-G meent dat een "gemeenschappelijk beleggingsfonds" onderworpen dient te zijn aan bijzonder overheidstoezicht. Dit is niet eerder op deze wijze geformuleerd in de jurisprudentie.  De A-G vervolgt dat een vennootschap die belegt in onroerende zaken voor de vrijstelling in aanmerking komt. Fondsen die beleggen in effecten en fondsen die beleggen in onroerende zaken treden met elkaar in concurrentie en moeten zodoende gelijk worden behandeld voor de btw.

Is feitelijke exploitatie van onroerende zaken "beheer"? 

Volgens de A-G is "beheer" alles wat een beheerder moet doen om het vermogen van het beleggingsfonds in stand te houden en te laten renderen. Ter zake van onroerende zaken is de feitelijke exploitatie noodzakelijk om het vermogen te laten renderen, Het enkele bezit van vastgoed zorgt er in de immers niet voor dat opbrengsten ontstaan. De feitelijke exploitatie van onroerende zaken kan dus kwalificeren als "beheer", zo meent de A-G.

Dit oordeel van de A-G is in overeenstemming met de standpunten van belanghebbende in deze procedure. Hoewel de conclusie van de A-G is een zwaarwegend advies is aan het Hof van Justitie, is Hof is er niet aan gebonden. Indien het advies van de A-G wordt gevolgd is duidelijk dat naast investment management, ook propertymanagement ten behoeve van een gemeenschappelijk beleggingsfonds btw-vrijgesteld kan worden aangeboden. Deze zaak is in het bijzonder van belang voor fondsen die beleggen in onroerende zaken en dienstverleners die property managementverrichten.

Wij raden beleggingsfondsen en hun beheerders aan hun btw-posities nader te bekijken en te beoordelen of verdere acties noodzakelijk zijn ter waarborging van de positie.