Op 1 januari 2017 zal de Wet natuurbescherming (“Wnb”) in werking treden. Eerder schreven wij al dat de soortenbescherming onder de Wnb anders zal worden geregeld dan onder de Flora- en faunawet (“Ffw”). In dit blog gaan wij hier dieper op in.

Drie verschillende beschermingsregimes

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes:

  • Vogels (paragraaf 3.1):
    alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn;
  • Dieren en planten (paragraaf 3.2):
    alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn;
  • Overige soorten (paragraaf 3.3):
    soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen.

De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Op deze lijsten staan bijvoorbeeld de hermelijn en de ree, maar ook plantensoorten zoals de brave hendrik en de geplooide vrouwenmantel. In drie volgende blogs zullen wij voor ieder beschermingsregime de verboden en afwijkingsmogelijkheden in meer detail beschrijven.

Meer duidelijkheid en betere aansluiting bij Europese regelgeving

De soortenbescherming onder de Ffw werd, met name door de gelaagde structuur van de wetgeving, als erg ingewikkeld ervaren. Ook sloot de Ffw op onderdelen niet aan bij de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Door in de Wnb de verbods- en afwijkingsbepalingen uit deze richtlijnen als uitgangspunt te nemen, wordt beter aangesloten bij het Europese recht. Dit komt de overzichtelijkheid van de wetgeving ten goede.

Belangrijke wijzigingen voor de praktijk

De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich.

Allereerst zal onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van ontheffingen.

Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde “tabelsoorten” niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan zal met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt gaan worden.

Tot derde wijzigt de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen. In komende blogberichten zullen wij deze nieuwe verboden en afwijkingsmogelijkheden per beschermingsregime bespreken.

Dit is een blog in de serie “De nieuwe Wet natuurbescherming”. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.

Het bericht ‘Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: drie verschillende beschermingsregimes‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.