Op 1 maart 2015 is het Decreet betreffende Complexe Projecten van 25 april 2014 in werking getreden.

Het decreet vormt een onderdeel van het administratieve hervormingsproces dat in gang werd gezet op basis van de Visienota van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2010. Deze Visienota bestaat uit twee luiken. Enerzijds beoogt ze de versnelling van alle vergunningsprocessen en dit door middel van integratie en vereenvoudiging van de bestaande procedures en het stimuleren van samenwerking tussen de administraties. Het belangrijkste instrument hiervoor is de toekomstige Omgevingsvergunning. Anderzijds zet de Visienota van de Vlaamse Regering in op een grondige hervorming van de aanpak van investeringsprojecten die niet zonder een bestemmingswijziging kunnen worden gerealiseerd. Dit soort projecten vragen naast een vergunningsproces ook om een ruimtelijk planproces.  Dit alles zorgt ervoor dat de doorlooptijd voor deze projecten (te) lang is. Het Decreet betreffende Complexe Projecten wil het tweede luik van de Visienota realiseren.

Het Decreet voorziet in een facultatieve procedure voor complexe investeringsprojecten. Zowel publieke als private projecten die onder de definitie van een complex vallen kunnen beroep doen op deze facultatieve procedure. De uiteindelijke beoordeling of een project binnen het toepassingsgebied van het Decreet valt, ligt bij de overheid.

Een complex project wordt gedefinieerd als een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk strategisch belang dat vraagt om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planproces.

De initiatiefnemer van een investeringsproject die op het Decreet beroep wil doen, vindt op zijn website (www.complexeprojecten.be) een handig instrument "De Routeplanner" die hem door deze nieuwe procesaanpak heen loodst.

De bijzonder procedure voor complexe projecten bestaat in het totaal uit acht fasen, waaronder drie beslissingsmomenten. 

Tijdens de verkenningsfase wordt door de verschillende actoren (private partijen en overheden) getracht de doelstellingen van het project te omschrijven en een partnerschap op te zetten.  Op basis van die output neemt de overheid een beslissing om zich al dan niet aan te sluiten bij het initiatief. Dergelijke startbeslissing is een discretionaire, onaanvechtbare rechtshandeling van de overheid.  

Tijdens de onderzoeksfase  zullen voor de goedgekeurde projecten de verschillende alternatieven om de doelstellingen van het project te realiseren worden onderzocht. In deze fase krijgt het publiek voor de eerste keer formeel inspraak. Daarnaast zullen eveneens adviesinstanties worden gecontacteerd. Met het voorkeursbesluitwordt door de overheid geopteerd voor één welbepaald alternatief dat verder zal worden uitgewerkt. Dit voorkeursbesluit is aanvechtbaar bij de Raad van State. 

De verdere concretisering van het voorkeursbesluit gebeurt tijdens de uitwerkingsfase. Ook hier wordt het publiek actief betrokken door middel van een openbaar onderzoek. Daarnaast worden de adviesinstanties uitgenodigd hun opmerkingen kenbaar te maken. Tot slot zal de overheid een projectbesluit nemen dat in één geïntegreerde beslissing alle vergunningen, machtigingen, toestemmingen en bestemmingswijzigingen zal opnemen. Dit enig besluit is aanvechtbaar bij de Raad van State, met dien verstande dat de grieven geen betrekking mogen hebben op zaken uit het voorkeursbesluit. 

Tot slot zal dit projectbesluit worden uitgevoerd tijdens de uitvoeringsfase en zal een gepaste monitoring worden voorzien.   

Het Decreet belooft veel, het valt af te wachten of ze deze beloftes kan waarmaken. Een heikel punt zijn de termijnen waarbinnen de overheid haar beslissingen dient te nemen. Wat betreft de drie beslissingsmomenten zijn geen dwingende termijnen opgenomen in het decreet. De overheid is zelfs niet verplicht dergelijke beslissing te nemen. In een vroeg stadium kan nog makkelijk worden overgestapt naar de sequentiële plan- en vergunningsprocedures. Dit wordt meer problematisch wanneer het proces verder gevorderd is en een overheid zou weigeren een projectbesluit te nemen. In dergelijk geval zal ook een beroep bij de Raad van State geen optie zijn aangezien deze instantie enkel beroepen ontvangt tegen definitief vastgestelde voorkeurs- en projectbesluiten.