Vandaag heeft de Hoge Raad twee voor de praktijk belangwekkende arresten gewezen. In de eerste zaak besliste de Hoge Raad dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) van toepassing is op de verkrijging van een klein indirect gehouden aandelenbelang. In de tweede zaak oordeelde de Hoge Raad dat om als ANBI te kwalificeren een steunstichting tot doel moet hebben één of meer voldoende concreet bepaalde ANBI’s te ondersteunen.

Klein indirect gehouden aandelenbelang kwalificeert voor BOF

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de BOF onder omstandigheden van toepassing is op de verkrijging van een indirect gehouden aandelenbelang van minder dan 5%. Op de verkrijging van een dergelijk belang moeten de vermogensetiketteringsregels worden toegepast (d.w.z. kwalificatie als ondernemingsvermogen dan wel beleggingsvermogen). Indien het indirect gehouden belang bij de houdster kan worden geëtiketteerd als ondernemingsvermogen, komt het belang alsnog in aanmerking voor de BOF. Dit is goed nieuws voor de verkrijger aangezien (in zoverre) nog geen inkomstenbelastingafrekening hoeft plaats te vinden en de verschuldigde erfbelasting aanzienlijk afneemt.

Voor toepassing van de BOF is onder meer vereist dat de erflater (of schenker) een aanmerkelijk belang hield in een vennootschap die een materiële onderneming drijft. In de praktijk is doorgaans sprake van een houdsterstructuur waarbij de onderneming niet wordt gedreven door de houdster, maar door één of meer werkmaatschappijen. Uitgangspunt is dat het ondernemingsvermogen van de werkmaatschappijen wordt toegerekend aan de houdster als de erflater (of schenker) een indirect aandelenbelang van 5% of meer heeft in de betreffende werkmaatschappij.

In deze zaak had de erflater echter slechts een indirect aandelenbelang van 4,86%. De Hoge Raad oordeelde hierover als volgt.

Tot het ondernemingsvermogen van de onderneming die de houdster na de hiervoor omschreven toerekening geacht wordt te drijven, kunnen op grond van de vermogensetiketteringsregels ook vermogensbestanddelen van de houdster zelf behoren. Hiermee wordt zoveel mogelijk een uniforme behandeling bereikt van enerzijds gevallen waarin het vermogen aan een houdster toebehoort, en anderzijds gevallen waarin het vermogen toebehoorde aan de erflater zelf. Hierbij wordt een aandelenbelang hetzelfde behandeld als de andere vermogensbestanddelen van de houdster.

Dit arrest is positief voor de praktijk. Mocht u uw onderneming fiscaal gefacilieerd willen overdragen, dan kunnen mogelijk ook indirecte aandelenbelangen van minder dan 5% voor toepassing van de BOF in aanmerking komen.

Steunstichting moet concreet bepaalde ANBI’s ondersteunen

Een instelling die tot doel heeft het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling (ANBI) kan als steunstichting zelf kwalificeren als ANBI. Vandaag heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een kwalificerende steunstichting tot doel moet hebben één of meer voldoende concreet bepaalde ANBI’s te ondersteunen.

De casus betrof een instelling die (bancaire en ict-)diensten verricht voor donateurs en bij haar aangesloten goede doelen, onder andere door het aanbieden van een online donatiemodule. De Hoge Raad legt de toets aan of de werkzaamheden van de instelling er rechtstreeks op zijn gericht enig algemeen belang te dienen. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet het geval is omdat niet sprake is van het dienen van een door de instelling of een bepaalde ANBI nagestreefd algemeen belang. Hierdoor komt het hoogste rechtscollege niet toe aan de toets of het beoogde doel van de instelling voor ten minste 90% het algemeen belang dient.

Voor de door de instelling aangeboden donatiemodule brengt zij aan de aangesloten goede doelen een bijdrage van 10% van de donaties in rekening. Uit de uitspraak van het hof blijkt dat de inspecteur zich op het standpunt heeft gesteld dat slechts 90% van de giften die via de donatiemodule worden gedaan voor giftenaftrek bij de donateurs in aanmerking komt. De Hoge Raad oordeelt dat giften die via de donatiemodule uiteindelijk op aanwijzing van de donateur worden gedaan aan een ANBI, voor de donateur volledig – inclusief de door de instelling ingehouden kostenbijdrage – kunnen worden aangemerkt als gift. Dit is een voor de praktijk welkome overweging die onzekerheid over de giftenaftrek bij individuele donateurs voorkomt.