De Aanbestedingswet 2012 is amper drie jaar in werking, maar dankzij de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen (2014/23/EU, 2014/24/EU, 2014/25/EU) toch al aan wijziging toe. De Tweede Kamer stemt 22 maart 2016 over het wetsvoorstel. Overeenkomstig de Europa 2020 strategie zijn belangrijke doelstellingen flexibilisering van het aanbestedingsproces en bevorderen van innovatie en duurzaamheid.

Via de procedure van het innovatiepartnerschap kunnen aanbestedende diensten een product dat nog niet wordt aangeboden op de markt, na de ontwikkelingsfase direct aankopen. Aanbestedende diensten mogen een keurmerk van ondernemingen eisen, mits dat het keurmerk voldoende verband houdt met de opdracht en proportioneel is. Verder wordt de 'economisch meest voordelige aanbieding' het overkoepelende gunningscriterium. Dit kan op drie manieren worden bepaald: beste prijs-kwaliteitverhouding, laagste prijs op basis van kostenactiviteit en laagste prijs. In het laatste geval is een motivering verplicht. Bij de beste prijs-kwaliteitverhouding mag de kwaliteit van het personeel worden meegewogen. In het kader van de flexibilisering worden de mogelijkheden voor toepassing van de onderhandelingsprocedure verruimd en wordt de procedure van het dynamisch aankoopsysteem vereenvoudigd. Voorts moeten de aanbestedende diensten in het kader van integriteit passende maatregelen nemen om belangenconflicten te voorkomen. Ook zijn de uitsluitingsgronden uitgebreid, met onder meer een nieuwe uitsluitingsgrond op basis van past performance: ondernemingen die aanzienlijk of voortdurend tekort zijn geschoten bij eerdere overheidsopdrachten mogen worden uitgesloten van deelneming aan de aanbestedingsprocedure. Dit kan in de praktijk vergaande consequenties hebben. De verplichting tot elektronisch aanbesteden alsmede het gebruik van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (vanaf 1 juli 2017) moet zorgen voor een verlaging in administratieve lasten.

Het wetsvoorstel vormt over het algemeen een adequate implementatie van de nieuwe richtlijnen. In de literatuur worden wel kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitwerking van een aantal onderwerpen, zoals de regeling voor uitsluiting op grond van past performance. Een geconsolideerde versie van het wetsvoorstel is te vinden op www.pianoo.nl.

In het Tweede Kamerdebat op 9 maart 2016 heeft minister Kamp medegedeeld dat de implementatietermijn van 18 april 2016 niet wordt gehaald. Het streven is nu 1 juli 2016. Ondanks de niet tijdige implementatie is bij een aantal bepalingen (zoals het verdwijnen van het '2B-regime') sprake van rechtstreekse werking vanaf 18 april 2016.