Samenvatting van de interprofessionele ontmoeting van het team handel van de rechtbank Den Haag en de Haagse balie op 2 november 2015

Op maandagmiddag 2 november jl. vond de interprofessionele ontmoeting plaats tussen rechters uit het team handel van de rechtbank Den Haag en advocaten van de Haagse balie. De bijeenkomst droeg de titel: “het hart van de civiele procedure: de mondelinge behandeling en de voorbereiding ervan door rechter en advocaat”. Centraal tijdens de bijeenkomst stond het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, onderdeel van de vernieuwingsprogramma’s “Kwaliteit en Innovatie rechtspraak” (KEI) die de gerechten in samenwerking met de Raad voor de rechtspraak en de Minister van Justitie en Veiligheid zijn gestart.

Mr. T.R. Hidma, senior rechter bij de rechtbank Overijssel, trad op als dagvoorzitter van de bijeenkomst. Daarnaast waren er voordrachten van prof. Mr. M.J.A.M. Ahsmann, senior rechter A bij de rechtbank Den Haag en bijzonder hoogleraar Rechtspleging in Leiden, mr. B. Gerretsen, advocaat bij Nauta Dutilh in Rotterdam, en mr. Dr. R.H. de Bock, senior raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam. Deze sprekers hebben diverse kanten van KEI belicht. Ahsmann ging tijdens haar voordracht in op de historische ontwikkeling van de comparitie, en zij blikte vooruit op de mondelinge behandeling zoals voorgestaan door KEI. Daarbij uitte zij een punt van zorg ten aanzien van de doelstelling van de Raad voor de rechtspraak om de doorlooptijd voor procedures met 40% te verkorten (terwijl er in 2018 tegelijkertijd 8,9% bezuinigd moet worden). Gerretsen pleitte vervolgens voor het ontwikkelen van ‘best practice rules’ voor de invulling van het recht op pleidooi, de (nieuwe) regiefunctie van de rechter, en het recht op getuigenbewijs (al dan niet tijdens de mondelinge behandeling). Tot slot adresseerde De Bock de vraag of KEI kan bijdragen aan de waarheidsvinding in een procedure, waarbij zij – uit voorzorg – duidelijke richtlijnen formuleerde voor de rechter en de advocaat.

Vervolgens was het tijd voor discussie; eerst in kleine groepjes en daarna plenair. Er werden vier (4) stellingen bediscussieerd, die ook in stemming werden gebracht:

  1. De advocaat kan met een ‘artikel-19 brief’ vroegtijdig in de procedure de rechter suggesties doen voor een goed verloop van de procedure, en daarover een beslissing vragen. Dit geldt bijkans dwingend als men verweerder is, omdat men dan van meet af aan ‘achter de feiten aanloopt’. Deze stelling werd met overgrote meerderheid aangenomen.lauLaura Grijpma
  2. Een rechtvaardige en tijdige beslissing is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rechter en advocaat. Deze stelling werd door de meerderheid verworpen.
  3. De basisprocedure volgens KEI lijkt veel op een kort gedingprocedure. Deze stelling werd door de meerderheid verworpen.
  4. Regie met behulp van een zittingsagenda heeft alleen zin in complexe zaken. Deze stelling werd door de meerderheid aangenomen.

Uit de discussie, die uiteindelijk over meer ging dan alleen de hierboven genoemde stellingen, bleek dat de meeste aanwezigen nog vrij sceptisch staan tegenover KEI, dat wil zeggen: voor zover het de voorgestane vereenvoudiging en versnelling van de procedure betreft in meer complexe zaken. Het is, in het bijzonder voor dergelijke zaken, een lastige opgave voor de rechter om, mede gelet op het keurslijf van strakke termijnen, te voldoen aan de verwachting dat hij meer maatwerk levert. Ook procespartijen, met name de verweerder, zullen door het stringente termijnenregime naar verwachting minder ruimte hebben voor feitelijk en juridisch onderzoek. De bedoeling is namelijk dat de mondelinge behandeling het sluitstuk gaat vormen van de behandeling van het geschil omdat geen mogelijkheid meer bestaat voor re- en dupliek. Daar staat tegenover dat deze potentiële nadelen voor een deel ondervangen zouden kunnen worden door de proactieve(re) rol die van de rechter en de advocaat onder KEI wordt verwacht. Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat onder meer het maken van procesafspraken in een vroegtijdig stadium van de procedure en/of het hanteren van een zittingsagenda tijdens de mondelinge behandeling als zeer wenselijk wordt beschouwd. Ook de beoogde digitalisering van procedures, de andere pijler van KEI, kon op veel bijval rekenen.

Lees hier het volledig verslag van de bijeenkomst.