In maart 2015 stelde Minister van Justitie Koen Geens zijn Justitieplan voor: een plan met de ambitieuze doelstelling “het efficiënter en daardoor rechtvaardiger maken van justitie”. Vandaag werd de eerste wet tot verwezenlijking van dat doel gepubliceerd. Grootste innovatie in deze wet “houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie” oftewel “Potpourri I” is een nieuw instrument tot invordering van onbetwiste geldschulden.

Also available in French

Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste ingrepen.

  1. In het Gerechtelijk Wetboek wordt een nieuw hoofdstuk ‘Invordering van onbetwiste geldschulden’ ingevoegd. Het nieuwe systeem voor de invordering van onbetwiste geldschulden treedt uiterlijk op 1 september 2017 in werking. Doel is de rechtbanken te ontlasten door de creatie van een ‘administratieve’ of ‘buitengerechtelijke procedure’. Voortaan zal de gerechtsdeurwaarder op verzoek van de advocaat van de schuldeiser de onbetwiste geldschuld kunnen invorderen. Let wel: deze procedure is enkel beschikbaar voor professionele schuldeisers en schuldenaren. Schulden van publieke overheden en particulieren komen niet in aanmerking. Naast de invorderingskosten van de gerechtsdeurwaarder bepaalt de wet een maximum van 10% van de hoofdsom voor de bijkomend verhaalbare vergoedingen onder de vorm van interest en strafbeding. Die beperking lijkt niet op te gaan voor de forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de eigen invorderingskosten bedoeld in de wet betalingsachterstand bij handelstransacties. Een rechtsplegingvergoeding is uiteraard niet verschuldigd nu het geen gerechtelijke procedure betreft. 

In grote lijnen verloopt deze invordering als volgt. Na betekening van een aanmaning tot betaling kan de schuldenaar binnen de maand de schuld betalen, betalingsfaciliteiten vragen of gemotiveerd betwisten. Wordt de schuld betaald of gemotiveerd betwist, dan eindigt de invordering. In dat laatste geval behoudt de schuldeiser uiteraard de mogelijkheid om de schuld gerechtelijk in te vorderen. Betaalt de schuldenaar na aanmaning de schuld nog steeds niet en betwist hij die ook niet op gemotiveerde wijze, vraagt hij geen betalingsfaciliteiten of leeft hij die niet na, dan stelt de gerechtsdeurwaarder ten vroegste acht dagen na het verstrijken van die maand een proces-verbaal van niet-betwisting op. Dat proces-verbaal biedt na uitvoerbaarverklaring door een controlemagistraat in de schoot van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een uitvoerbare titel. Op die manier verkrijgt de schuldeiser binnen een korte tijdspanne een uitvoerbare titel en vermijdt hij een kostelijker rechtsgang. De schorsende werking van hoger beroep wordt opgeheven. Voortaan is elk eindvonnis uitvoerbaar bij voorraad, tenzij de wet anders bepaalt. Ook kan de rechter er door een bijzondere motivering anders over beslissen. De schorsende werking van het verzet blijft wel bestaan. Reden daarvoor is dat de controle taak van de rechter op verstek nu wordt beperkt tot wat de openbare orde raakt. De wijziging aan de regels inzake uitvoerbaarheid is van toepassing op de zaken die aanhangig gemaakt zijn vanaf de dag waarop de wet in werking treedt.

  1. 2. De beslissingen alvorens recht te doen worden toegevoegd aan de lijst van rechterlijke beslissingen waartegen geen onmiddellijk hoger beroep mogelijk is. Maar door te bepalen dat geen onderzoeksmaatregel kan worden bevolen vooraleer de vordering ontvankelijk is verklaard, creëert de wetgever onrechtstreeks toch een opening voor zulk onmiddellijk hoger beroep. Deze wetswijziging is na inwerkingtreding van de wet onmiddellijk van toepassing op hangende gedingen.
  2. 3. Om de werklast voor de rechtbanken te verminderen, worden nog een aantal bijkomende maatregelen genomen. Zo zal de alleenzetelende rechter de norm worden in burgerlijke- en strafzaken (mits een aantal wettelijke uitzonderingen). Conclusies zullen een wettelijk vastgelegde structuur moeten aannemen. De rechter moet niet antwoorden op middelen die niet aan die structuur beantwoorden.