Bij de verdeling van schaarse vergunningen moeten potentiële gegadigden gelijke kansen krijgen om in een transparante procedure mee te dingen naar die schaarse vergunning. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016. Deze uitspraak kan daarmee gevolgen hebben voor de vaststelling van gemeentelijke verordeningen en de daarop volgende vergunningverlening.

In de uitspraak oordeelt de Afdeling voor het eerst onomwonden dat er in het Nederlands recht een rechtsnorm geldt die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Dat betekent dat op het moment dat er ruimte ontstaat een schaarse vergunning te verlenen, aan alle ondernemers in beginsel de mogelijkheid moet worden geboden mee te dingen naar die schaarse vergunning. Deze rechtsnorm is, aldus de uitspraak, gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. In de uitspraak wordt een aantal eisen geformuleerd waaraan een gemeentelijke verordening moet voldoen als deze verordening het aantal beschikbare vergunningen beperkt. Daarnaast beschrijft de uitspraak aan welke eisen de vergunningverleningsprocedure moet voldoen.

De inhoud van de uitspraak en de gevolgen van de uitspraak voor de gemeentelijke praktijk worden door Annemarie Drahmann beschreven in dit artikel dat is gepubliceerd in Gemeentestem (Gst. 2017/55).