De Implementatiewet Europees Kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (‘implementatiewet Europees Kader’) geeft de nationale toezichthouder de benodigde instrumenten en bevoegdheden om in te kunnen grijpen wanneer een bank of beleggingsonderneming in de problemen is. Onderdeel hiervan is een mogelijke verkorting van de oproepingstermijn voor de algemene vergadering van banken en beleggingsondernemingen.

Voor beursgenoteerde banken en beleggingsondernemingen is in een nieuw artikel 2:115 lid 3 BW geregeld dat onder bepaalde voorwaarden de oproepingstermijn voor de algemene vergadering waarin wordt besloten over een aandelenuitgifte op grond van het in de Implementatiewet Europees Kader voorgeschreven herstel, kan worden verkort van tweeënveertig dagen voor de algemene vergadering tot de tiende dag voor die van de vergadering. Banken en beleggingsondernemingen moeten wel hun statuten aanpassen om een dergelijke vergadering met toepassing van een kortere oproepingstermijn te kunnen convoceren. Hiervoor is een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist (artikel 2:115 lid 4 BW).

De implementatiewet is op 26 november 2015 in werking getreden. Enkele omissies in de regeling zullen nog worden hersteld via het wetsvoorstel  Implementatiewet  wijziging  richtlijn  transparantie. Zo zal in artikel 2:115 lid 3 BW het toepassingsgebied van de regeling worden verduidelijkt. Belangrijker is dat het gewijzigde voorstel bepaalt dat, indien een algemene vergadering wordt opgeroepen met toepassing van art. 2:115 lid 3 BW, de registratiedatum van 28 dagen voor de dag van de vergadering, zoals die in art. 2:119 lid 2 BW is opgenomen, niet van toepassing is (artikel 2:117b lid 5 BW nieuw en 2:119 lid 4 BW nieuw). In plaats daarvan moet de naamloze vennootschap voor dat geval een registratiedatum in de statuten vastleggen.

Ondanks de voorgestelde wijzigingen, roept de regeling nog altijd vragen op. Voor meer informatie daarover verwijzen wij naar een tweetal bijdragen van onze kantoorgenoot Marius Josephus Jitta in Ondernemingsrecht (2015/108 en 2015/122).

Source: Corporate Update