De subsidietender voor de bouw en exploitatie van windparken op zee krijgt steeds meer vorm. Op 1 juli 2015 was de Wet windenergie op zee al in werking getreden. Nu zijn op 3 juli 2015 ook de Regeling windenergie op zee 2015 en de Uitvoeringsregeling windenergie op zee in de Staatscourant gepubliceerd. Beide regelingen zullen op 1 december 2015 in werking treden.

In april heeft al een ontwerp voor deze regelingen ter inzage gelegen. Voor de inhoud van de ontwerpregeling verwijzen wij graag naar onze eerdere blogs hierover: Consultatie regelgeving windenergie op zee gestart en Internetconsultatie ‘Regeling windenergie op zee 2015' en ‘Uitvoeringsregeling Wet windenergie op zee 2015'.

De regelingen zijn grotendeels ongewijzigd gebleven. Hieronder zullen wij kort de essentie van de regelingen en de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp schetsen.

Regeling windenergie op zee 2015

Deze regeling werkt uit aan wie de subsidie zal worden verleend voor de realisatie van de eerste twee kavels van het windenergiegebied Borssele (kavel I en II).

Ten opzichte van het ontwerp zijn dit de belangrijkste wijzigingen:

  • Het eigen vermogen van de aanvrager moet 10% zijn

In het ontwerp bedroeg de vermogenseis nog slechts 5%. De omvang van het eigen vermogen van de aanvrager moet ten minste 10% van de totale investeringskosten voor de productie-installatie(s) zijn.

  • Bepalen vermogenseis bij samenwerkingsverband

In de Regeling (art. 5 lid 2) wordt nu expliciet bepaald dat als de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, de omvang van het eigen vermogen gelijk is aan de omvang van de eigen vermogens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband tezamen. Als de subsidie-aanvrager een dochteronderneming is, dan is de omvang van het eigen vermogen gelijk aan de omvang van de eigen vermogens van de moederonderneming en de dochteronderneming tezamen.

  • De hoogte van de bankgarantie is verhoogd.

Binnen vier weken moet een bankgarantie van €10.000.000,- worden gesteld. Dit is een verdubbeling ten opzichte van het concept. Binnen 12 maanden moet een tweede bankgarantie worden gesteld. Deze bedraagt €35.000.000,-. Dit was eerst €25.000.000,-.

  • De hoogte van de boetes is verhoogd.

Als de productie-installatie niet tijdig in gebruik is genomen, wordt een boete van €3.500.000,- verbeurd, gevolgd door een maandelijkse boete van hetzelfde bedrag, tot een maximum van €35.000.000,-. Als de tweede bankgarantie niet tijdig wordt gesteld of de subsidiebeschikking op verzoek van de aanvrager binnen 12 maanden wordt ingetrokken, bedraagt de boete nu €10.000.000,-.

  • De hoogte van het tenderbedrag en basiselektriciteitsprijs zijn vastgesteld.

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste €0,124 per kWh. De basiselektriciteitsprijs bedraagt €0,029 per kWh. Het subsidieplafond bedraagt €2.500.000.000,- per kavel.

  • Wat gebeurt er als niet voldaan wordt aan een van de opschortende voorwaarden?

Als aan een van de opschortende voorwaarden (tekenen uitvoeringsovereenkomst of stellen bankgarantie) niet of niet tijdig wordt voldaan, dan wordt de subsidie op nihil gesteld en wordt subsidie verleend voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking. Dit wordt nu expliciet bepaald in art. 8 lid 3 van de Regeling. Dit zorgt ervoor dat zonder veel vertraging het windpark alsnog gerealiseerd kan worden zonder dat een nieuwe tender georganiseerd hoeft te worden.

  • Bepalen rangschikking aanvragen

De rangschikking van de aanvragen is vrijwel ongewijzigd gebleven. Deze is op basis van het tenderbedrag. Voor gebundelde aanvragen is een specifieke regeling opgenomen. Ten opzichte van het ontwerp is art. 6 lid 8 gewijzigd. Dit artikellid bepaalt nog steeds dat, om voor beide kavels subsidie te kunnen ontvangen, voldaan moet zijn aan de 10%-vermogenseis. Is dit niet het geval, dan komt de aanvrager slechts in aanmerking voor subsidie voor één van beide kavels. Voor welke kavel in dat geval subsidie wordt verleend, is niet meer een keuze voor de aanvrager, maar wordt bepaald op basis van het tenderbedrag per kWh. De aanvraag met het laagste tenderbedrag komt in aanmerking voor subsidie. Als het tenderbedrag van beide aanvragen gelijk is, wordt geloot welke van beide aanvragen in aanmerking komt voor subsidie.

  • Geen staatssteun

In de toelichting bij de Regeling is nu opgenomen dat toetsing aan het steunkader heeft plaatsgevonden in het kader van het Besluit SDE. Bij de goedkeuring van dat besluit heeft de Europese Commissie geconcludeerd dat er sprake is van een concurrerend subsidiesysteem, waardoor individuele subsidiebeschikkingen voor windparken van meer dan 250 MW, niet aan de Europese Commissie hoeven te worden voorgelegd.

  • Wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie

De Regeling wijzigt ook deze Algemene uitvoeringsregeling. Zo wordt onder meer bepaald dat de subsidie-aanvrager aannemelijk moet maken dat tijdig zal zijn voldaan aan de eisen uit art. 6.16g van het Waterbesluit. Aannemelijk moet worden gemaakt dat de windturbines voldoende sterk zijn om de als gevolg van windsterkte, golfslag, zeestroming en gebruik van de turbine te verwachten krachten te weerstaan. Daarnaast wordt bepaald dat als het eigen vermogen van de aanvrager minder dan 20% van het totaal benodigde vermogen bedraagt, slechts een intentieverklaring van een financier nodig is voor het resterende deel van die 20%. Ook hier is een vergelijkbare bepaling over het bepalen van de hoogte van het eigen vermogen bij een samenwerkingsverband opgenomen. Alle samenwerkingspartners moeten het overzicht van deelnemers aan het samenwerkingsverband ondertekenen, zodat het eigen vermogen van elk van de deelnemers kan worden meegenomen bij het bepalen van het eigen vermogen. Ten slotte wordt bepaald dat het inzicht in het eigen vermogen moet worden geboden door verstrekking van het meest recente jaarverslag. Daarvoor moet de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, diens moederonderneming en/of de deelnemers aan het samenwerkingsverband worden verstrekt. De jaarrekening mag ten hoogste drie jaar oud zijn. Dus wanneer de aanvraagtermijn sluit in 2016, mag het gaan om de jaarrekening van het jaar 2013, 2014 of 2015.

In de toelichting staat dat er een formulier beschikbaar wordt gesteld via www.rvo.nl. Daarin zal van de subsidieaanvrager onder meer een onderbouwing van de investerings- en exploitatiekosten worden gevraagd.

Alle wijzigingen in de tekst van de Regeling ten opzichte van het ontwerp, kunt u bekijken in deze Compare van de Regeling.

Uitvoeringsregeling windenergie op zee 2015

De Uitvoeringsregeling geeft nadere invulling aan enkele criteria die in de Wet windenergie op zee zijn gesteld voor de verlening van de windvergunning. Deze criteria hebben betrekking op de financiële en technische haalbaarheid van het windpark.

Ten opzichte van het ontwerp zijn dit de belangrijkste wijzigingen:

  • Bij het beoordelen van de technische haalbaarheid wordt rekening gehouden met informatie van de aanvrager die aannemelijk moet maken dat tijdig wordt voldaan aan de al hiervoor genoemde eisen uit art. 6.16g van het Waterbesluit.
  • Bij het beoordelen van de financiële haalbaarheid wordt rekening gehouden met het door de aanvrager verstrekte inzicht in het eigen vermogen.

Alle wijzigingen in de tekst van de Uitvoeringsregeling ten opzichte van het ontwerp, kunt u bekijken in deze Compare van de Uitvoeringsregeling.

Afronding

Met de publicatie van de Regeling en Uitvoeringsregeling is weer een noodzakelijke stap in het tenderproces gezet. De spelregels voor de subsidietender staan nu definitief vast. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 2 december 2015 (tenzij het kavelbesluit dan nog niet in werking is getreden) tot 31 maart 2016, 17:00 uur.