In de bouwpraktijk wordt in (onder)aannemingsovereenkomsten regelmatig een beding opgenomen op grond waarvan de opdrachtgever of (hoofd)aannemer de bestuurlijke boete, die aan hem als werkgever in de zin van de Wav wegens een eigen overtreding van artikel 2 lid 1 Wav is opgelegd, kan verhalen op zijn contractuele wederpartij, de hoofd- of (onder)aannemer, die de opvolgende schakel is in de keten van werkgevers (verhaalsbeding).

Onduidelijk was of een dergelijk verhaalsbeding in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden als bedoeld in artikel 3:40 BW.

De Hoge Raad heeft op 11 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3568) een einde gemaakt aan deze onduidelijkheid. Een beding als hiervoor omschreven is geldig.

Het feit dat een verhaalsbeding geldig is, betekent evenwel niet dat een opdrachtgever of (hoofdaannemer) geen belang meer heeft bij naleving van de Wav. Opdrachtgever of hoofd- of onderaannemer blijft jegens het bestuursorgaan immers aansprakelijk voor de betaling van de opgelegde boete en het is nog maar de vraag of de boete ook daadwerkelijk kan worden verhaald bij de hoofd- of onderaannemer. Het is derhalve bij het opstellen van aannemingsovereenkomsten aan te raden ter zake voldoende zekerheden (in de vorm van bijvoorbeeld een bankgarantie of concerngarantie) op te nemen.