Vorig jaar signaleerden wij als belangrijkste trend op energiegebied de indiening van het wetsvoorstel STROOM door het ministerie van Economische Zaken. Inmiddels is duidelijk dat ook in 2016 dit wetsvoorstel opnieuw op de (energie-)agenda zal staan. Op 22 december 2015 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel namelijkverworpen. Dit nadat de Tweede Kamer op 16 oktober 2015 wel instemde met het wetsvoorstel.

Wind op zee

Het verwerpen van het wetsvoorstel heeft in ieder geval geleid tot een voorlopige streep door de plannen voorwind op zee. Het afgelopen jaar is, na de inwerkingtreding van de wet Windenergie op Zee, door diverse partijen een start gemaakt met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een net op zee. Het wetsvoorstel STROOM vormde het sluitstuk hiervoor. Zo regelde het wetsvoorstel onder meer dat TenneT als netbeheerder op zee werd aangewezen.

Om de voortgang te bewaken heeft de minister zeer recent het wetsvoorstel voor wind op zee aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel is losgekoppeld van STROOM en de beoogde inwerkingtreding is 1 april. Het ambitieuze doel van de minister is om voor de zomer verder te kunnen met wind op zee.

Groepsverbod

De achterliggende reden waarom de Eerste Kamer het wetsvoorstel STROOM heeft verworpen is gelegen in het daarin opgenomen groepsverbod. Dit verbod houdt in dat een netbeheerder geen onderdeel mag uitmaken van een groep waartoe ook een energieproducent of –leverancier behoort. Voorafgaand aan de stemming hebben diverse Kamerleden een motie ingediend om het groepsverbod (voorlopig) niet te laten gelden voorDelta en Eneco. De indieners van deze motie wilden hiermee bewerkstelligen dat het groepsverbod slechts wordt ingevoerd als dit verbod door de gehele Europese Unie gaat gelden. Ondanks dat de Eerste Kamer deze motie aannam, liet minister Kamp direct weten dat hij hieraan geen gehoor zal geven. Dit was vervolgens aanleiding voor de Eerste Kamer om het wetsvoorstel te verwerpen. Uit de kamerbrief van 22 januari jl. blijkt dat dit in elk geval tot een vertraging van een half jaar zal leiden.

De verwerping van het wetsvoorstel STROOM betekent echter niets voor de situatie van Delta en Eneco. Het groepsverbod was en is reeds neergelegd in de Wet onafhankelijk netbeheer en staat los van het wetsvoorstel STROOM. Delta en Eneco moeten zich op grond van deze wet dus nog steeds splitsen. Om dit te bewerkstelligen heeft de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) op 3 december 2015 twee handhavingsbesluiten genomen. Hierin is bepaald dat Delta zich vóór 1 juli 2017 en Eneco zich vóór 1 februari 2017 moeten splitsen op straffe van een dwangsom. ACM nam deze besluiten naar aanleiding van verzoeken van RWE, de Nederlandse Energie Maatschappij en NutsServices. ACM wist zich daarbij gesteund door deuitspraken van de Hoge Raad van 26 juni 2015. In deze uitspraken concludeerde de Hoge Raad dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten geen schending opleveren van het vrij verkeer van kapitaalen de vrijheid van vestiging. Toch betekent dit nog niet het definitieve einde van de juridische pogingen van Eneco en Delta om een streep te krijgen door het groepsverbod. Eneco en Delta hebben namelijk ook nog een beroep gedaan op schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Het gerechtshof Amsterdam zal hier nog een uitspraak over doen, nu dit argument eerder nog niet door het gerechtshof was geadresseerd.

Splitsing GTS

Naast de verplichte splitsingen van Eneco en Delta heeft Gasunie haar dochteronderneming Gasunie Transport Services (“GTS”) per 1 januari 2016 vrijwillig gesplitst. GTS is de huidige beheerder van het landelijk gastransportnet in Nederland. De splitsing zorgt voor een onderscheid tussen het landelijk hoofdtransportsysteem (“HTL”) en het regionale hogedruksysteem (“RTL”). De HTL-netbeheerder blijft GTS genaamd. De nieuwe RTL-netbeheerder heet Gasunie Grid Services (“GGS”). Door de splitsing is het mogelijk de markt effectiever te bedienen.

Daarbij komt dat beide transportsystemen in de toekomst een andere rol zullen krijgen. Het nieuwe GTS zal steeds meer te maken krijgen met de (gevolgen van) Europese marktintegratie, daar waar GGS zich meer zal gaan richten op de instandhouding van dat netwerk en de aansluitingen op het regionale hogedruksysteem. GGS zal ook meer betrokken zijn bij de ontwikkeling van duurzame energieoplossingen.

De splitsing zal echter pas in 2017 consequenties hebben voor de regulering van ACM door de gassector. De huidige reguleringsperiode loopt namelijk eind 2016 ten einde en voorziet nog niet in de situatie van twee netbeheerders. Voor 2016 blijft GTS daardoor de aangewezen netbeheerder voor zowel het HTL- als RTL-net. Per 2017 zullen GTS en GGS formeel worden aangewezen als transmissiesysteembeheerders, met hun eigen transporttarieven.

Warmtewet

Ook op het gebied van warmte zal 2016 enkele ontwikkelingen met zich meebrengen. In een eerdere blogsignaleerden wij al dat de Warmtewet op het punt staat te worden aangepast. De minister van Economische Zaken heeft op 1 juli 2015 een brief aan ACM gezonden waarin staat dat, in tegenstelling tot eerdere plannen, geen sprake zal zijn van een gefragmenteerde uitwerking van de knelpunten in de Warmtewet. Volgens de minister is dit niet mogelijk zonder de gehele wet tegen het licht te houden. Gelet op het aantal knelpunten (en het feit dat dit aantal zich steeds uitbreidt), is de minister voornemens een vernieuwde Warmtewet op te stellen. Het voorstel hiervoor zal naar verwachting eind 2016 naar de Tweede Kamer worden gezonden.

Interessant in dit verband is de publicatie van de eerste rendementsmonitor door ACM op 12 november 2015. Deze monitor geeft inzicht in de behaalde rendementen van warmteleveranciers onder het huidige marktmodel. Dit inzicht is belangrijk voor de minister om te bepalen welk marktmodel het potentieel voor warmtelevering het beste kan faciliteren in de “nieuwe” warmtewet.