​​​Het was een van de belangrijkste punten in het verkiezingsprogramma van de SP: het Nationaal Zorgfonds. Ook na de verkiezingen is dat plan nog interessant. Want het huidige zorgverzekeringsstelsel heeft namelijk een aantal fundamentele problemen. Die kunnen worden opgelost door de zorgverzekeraars hun oude gedaante terug te geven, namelijk die van ziekenfondsen.

Gewone verzekering

De kern van de problemen zit in de juridische aard van de zorgverzekering. De zorgverzekering is een 'gewone' verzekering, die pas tot stand komt als we ons actief bij een zorgverzekeraar melden. Niet iedereen doet dat: vandaar dat er veel onverzekerden rondlopen. Een ziekenfondsverzekering heeft geen onverzekerden, omdat iedereen 'van rechtswege' (automatisch) is verzekerd. Dat is een natuurlijke keuze voor een verzekering die de bedoeling heeft de hele bevolking van zorg te voorzien.

Om de eigen verantwoordelijkheid te bevorderen, heeft de huidige zorgverzekering een hoge maandelijkse premie: ongeveer 100 euro per volwassene. Om die te kunnen betalen, ontvangen 4,5 miljoen huishoudens een zorgtoeslag. Dat is 60% van alle Nederlandse huishoudens. Ook de bijna 300.000 'wanbetalers', mensen met een grote betalingsachterstand voor hun zorgverzekering, ontvangen gewoon zorgtoeslag. De zorgtoeslag is geld van de overheid, bestemd voor de zorg. Waarom moet dat een omweg via 4,5 miljoen huishoudens maken? Als de overheid het rechtstreeks aan ziekenfondsen geeft, kan de premie flink omlaag.

Protonentherapie

Een andere weeffout ontstaat doordat zorgverzekeraars ondernemingen zijn in de zin van het mededingingsrecht. Daarom staan ze onder toezicht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Hierdoor kunnen zorgverzekeraars hun rol van regisseur van de zorg niet goed uitvoeren.

Een voorbeeld uit de praktijk kan dit illustreren. Er zijn momenteel drie centra voor 'protonentherapie' in aanbouw. Die kosten tientallen miljoenen euro per stuk. Protonentherapie is een nieuwe bestralingsmethode, waarvan niet duidelijk is hoeveel patiënten er precies voor in aanmerking komen. Daarom wilden de zorgverzekeraars deze nieuwe, peperdure therapie gecontroleerd in Nederland introduceren. De zorgverzekeraars wilden gezamenlijk één centrum contracteren. Dat mocht niet van de ACM, omdat dat slecht zou zijn voor de concurrentie.

De ACM heeft haar beslissing zelf 'maatschappelijk onwenselijk' genoemd; vanwege de wet waarmee ze moet werken kon ze echter niet anders beslissen. Dat klopt. De Mededingingswet geeft bijna altijd voorrang aan concurrentie en is ongeschikt om publieke belangen mee te wegen die niet in geld zijn uit te drukken. De oplossing? Een terugkeer naar ziekenfondsen. Die staan namelijk niet onder toezicht van de ACM. Zij kunnen als dat nodig is voor de kwaliteit of de samenhang samen zorg inkopen.

Akkoord?

De zorgverzekering is onderdeel van de introductie van 'gereguleerde concurrentie' in de gezondheidszorg. Maar het moest ook weer niet te gek worden. Toen minister Schippers de budgettering van ziekenhuizen en andere zorginstellingen door de overheid afschafte, durfde ze de financiële teugels niet helemaal te laten vieren. Ze sloot akkoorden met ziekenhuizen, aanbieders van geestelijke gezondheidszorg en zorgverzekeraars. In die akkoorden staat dat de kosten niet te snel mogen stijgen. Het gevolg van de akkoorden is een terugkeer van de ouderwetse instellingsbudgettering, maar nu uitgevoerd door de zorgverzekeraars. Met alle gevolgen van dien: er zijn weer wachtlijsten, vernieuwende zorgaanbieders hebben moeite om toe te treden en de prijsverschillen in de ziekenhuiszorg zijn voor niemand te begrijpen.

​ Is er geen betere manier om de kosten van de zorg onder controle te houden? Jawel. Als de minister elk jaar de maximale maandpremie voor de basisverzekering vaststelt, is dat een veel eenvoudiger rem op de kosten. Een dergelijke maximumpremie mag nu niet, opnieuw omdat zorgverzekeraars gewone schadeverzekeraars zijn. De Europese richtlijn over de schadeverzekering kent het 'beginsel van tariefvrijheid': overheden mogen schadeverzekeraars niet voorschrijven hoe hoog zij hun premie moeten maken. De richtlijn kent een uitzondering op dit beginsel, maar dat is een lawyer's paradise met een onzekere uitkomst. Ziekenfondsen zijn geen schadeverzekeraars en de Europese richtlijn geldt niet voor hen. Een terugkeer naar ziekenfondsen maakt dus maximumpremies mogelijk. Het is dan niet meer nodig zorginstellingen te budgetteren.

De pleitbezorgers van het Nationaal Zorgfonds willen dat één partij (de minister?) verantwoordelijk wordt voor de hele zorg. Dat lijkt me onnodig ingrijpend. Het is prima dat de burger kan kiezen tussen verschillende partijen die moeten regelen dat goede zorg beschikbaar is. Dat die partijen nu private zorgverzekeraars zijn, is een ongelukkige politieke keuze geweest. Gelukkig kan deze keuze met een beperkte ingreep ongedaan worden gemaakt. Leve het ziekenfonds!

Een uitgebreide versie van dit artikel is verschenen in het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.